■ KN ■ Overal in Nederland zijn parochies hard aan het werk om de kerkdeuren na Pinksteren weer – conform alle richtlijnen – te heropenen voor publiek. Eenvoudig blijkt dat niet te zijn. “Ik ben bang dat hoe meer regels er zijn, hoe meer mensen weg zullen blijven.”

Op 20 mei maakten de Nederlandse bisschoppen aan de parochies bekend, dat zij per 1 juni hun deuren weer beperkt mogen openen voor de eucharistieviering. Parochies proberen zich nu in rap tempo te voldoen aan alle eisen van het bisschoppelijk protocol. Daarbij lopen zij aan tegen praktische problemen en de uitvoerbaarheid van de gedetailleerde regels van de bisschoppen.

Pastoor Jan-Jaap Peperstraten uit Alkmaar: “Sommige regels draaien al. Bij de gestreamde Mis had ik bijvoorbeeld al een cantor, na 1 juni gaat dat zo verder.”

Andere regelzaken roepen nog vragen op. “Het is heel kort dag. Hoe bereiken we de parochianen? Er is geen tijd meer voor een nieuwsbrief, het secretariaat draait al op halve kracht. Gelukkig heb ik heel praktische bestuursleden. Deze pastoor kan beter niet zelf gaan knutselen met hoestschermen.”

“Over het feit dat we met reserveringen moeten gaan werken waren we het snel eens. Men zal contact op moeten nemen met het secretariaat. We zorgen voor net iets minder reserveringen dan de toegestane dertig, zodat we geen nee hoeven te verkopen aan mensen die toch onverwacht aan de deur verschijnen. Geen idee of dit gaat werken. Het beste plan overleeft vaak niet meer dan vijf minuten na contact met de werkelijkheid.”

Het lastigste vindt Van Peperstraten de bepalingen rond het uitreiken van de communie. “Naar pincetten of schepjes zijn we nog op zoek. En ik vraag me af hoe dit concreet moet gaan. Zelf vind ik de mogelijkheid om te ontvangen belangrijker dan de manier waarop. Maar als dit de communie mogelijk maakt, dan moet dat maar. Ik heb de verantwoordelijkheid niet voor die beslissing. Misschien zeggen we na een tijdje, wanneer we de gevolgen zien: Wat fijn dat de bisschoppen zo voorzichtig zijn geweest. Persoonlijk raad ik het parochianen in de risicogroep nog niet aan om te komen.”

Pastoor René Aarden uit de Elisabethparochie Grave-Velp loopt tegen allerlei praktische problemen op, en verwacht “gedoe” bij het aanmelden. “Onze kerk heeft een onmogelijk bankenplan. Binnen de halfronde opstelling kan ik amper 25 mensen kwijt. We doen waarschijnlijk alle banken eruit en gaan met stoelen werken.”

Hij heeft ook kritiek op de gedetailleerde regels in het protocol. “Ik ben bang dat hoe meer regels er zijn, hoe meer mensen weg zullen blijven.” Toch gaat de pastoor het met goede moed proberen. “Als we hiermee verspreiding van het virus kunnen voorkomen, nemen we toch de stap.”

Pastoor Jan Vries, herder van onder andere de Maastrichtse basiliek Onze Lieve Vrouw Sterre der Zee, vindt de maatregelen zéér overdreven. “Natuurlijk houden wij ons keurig aan het voorgeschreven aantal, de anderhalve meter en alle hygiënische maatregelen. We wasten onze handen al en alle koren zingen niet meer.”

“Ik ben een man van het kerkelijk recht, maar deze maatregelen gaan zo ver, zijn zo angstvallig, dat kan ik de mensen niet meer uitleggen. Wij gaan geen hoestscherm aanbrengen. We gaan niet minder Missen vieren op een zondag. Ik gebruik ook geen pincet voor de communie. Mijn naaste medewerkers denken er net zo over.”

De pastoor staat hiermee wel voor een dilemma. “Enerzijds wil ik natuurlijk wel gehoorzaam blijven aan mijn bisschop. En we willen als kerkgemeenschap geen besmettingshaard worden. Maar ik neem wel de ruimte om deze in mijn eigen situatie in redelijkheid te kunnen toepassen. Ik begrijp de verantwoordelijkheid van de bisschoppen wel, maar ze schieten door. Ik ga de mensen echt niet zeggen, dat ze hun eigen lichaam niet meer mogen aanraken bij het kruisteken. Mijn God, denk ik dan.”