■ NOS ■ Precies een jaar geleden vloog de Notre Dame in Parijs in brand. De torenspits brak af, het dak stortte in. En nu, een jaar later, is de oorzaak nog steeds niet achterhaald. De werkzaamheden liggen bovendien stil, vanwege het coronavirus. Correspondent Frank Renout blikte met Parijzenaren terug op die fatale dag.

Yves Castagnet woont naast de Notre-Dame. “Op 50 meter afstand!” Elke keer als hij uit het raam kijkt, doet het even pijn. ‘Zijn’ kathedraal met bouwsteigers en steunbalken ziet er vandaag de dag uit als een zieke patiënt, vertelt hij. En toch heeft hij hoop. “Ze is zwaargewond, maar ze staat nog wel rechtop.”

Castagnet is al meer dan dertig jaar een van de vaste orgelspelers in de Notre-Dame, de kerk die vandaag een jaar geleden uitbrandde. “Ik ben kort na de brand nog binnen geweest. Het was verschrikkelijk om te zien, de ravage, de verbrande puinhopen. Het grote orgel was nog intact, maar het kleine orgel was compleet verwoest.”

Als Castagnet nu uit zijn raam kijkt, ziet hij niets. “Het is een bouwplaats waar niets meer gebeurt, waar niemand meer loopt. Alles is stilgelegd vanwege corona en de quarantaine.”

Bij de brand brak de torenspits af en stortte het dak in. De Fransen waren verbijsterd dat de vlammen uit hun kathedraal sloegen, de regering beloofde een razendsnelle renovatie. Maar een jaar later lijkt de Notre-Dame er nog net zo slecht voor te staan als kort na de brand. De renovatie, het onderzoek en de giften: het gaat allemaal niet erg snel.

Volgens De Bruijn rijkt de tragedie van de Notre-Dame veel verder dan het geloof. Als voorbeeld noemt hij de speciale dienst die op Goede Vrijdag werd gehouden in de afgebrande kathedraal. Met bouwhelmen op werd een ceremonie gehouden. “Ik ben niet Rooms-Katholiek, maar ik vond het toch ontroerend. Het deed me denken aan al die lege kerken, waar niemand meer in mag.”

De hoop is dat de Notre-Dame in 2024 weer deels open kan voor het publiek.