De eerste Priester las Zijn Lijdensmis
niet in een van onze oude Kathedralen,
waar wierookmist voor vonkelende vensters
blijft spelen in gezeefde zonnestralen.

En de eerste Priester zong Zijn Passiemis
niet bij klank van orgel of cimbalen,
maar midden onder schimpende soldaten,
bij spot en vloek in allerlanden talen.

De eerste Priester droeg een vermiljoen Kazuifel,
vers geverfd uit wijde wonden,
die bloedden door de Albe van Zijn Vlees,
pijnlijk en talrijk als der mensen zonden.

De eerste Hogepriester, bij die Mis
droeg Hij een Mijter, kostelijk van waarde,
bezet met rode rijpende Robijnen,
die drupten in hun overvloed ter aarde.

De eerste Priester bad tot God omhoog,
heel stil, maar krachtig, dat de Bergen beefden.
Dat de zon en de maan stil stonden in heur tent
en oude doden uit hun graf herleefden.

De eerste Priester las Zijn Lijdensmis
en hield de armen aldoor hooggeheven,
volhardend in Zijn Dominus Vobiscum,
drie uren tot het einde van Zijn Leven.