■ Mgr. Rob Mutsaerts ■ “Als vrijheid werkelijk iets betekent, is het wel het recht om mensen dingen te vertellen die ze niet willen horen”, aldus George Orwell. In 1945 verscheen Animal Farm. Een fabel over dieren die de macht op een boerderij overnamen. Maar de gehoopte vrijheid bleef uit: de varkens vestigden een schrikbewind. Alle dieren zijn immers gelijk, maar sommigen zijn gelijker dan anderen.

In onze tijd is het niet veel anders. Meer dan tweeduizend jaar was het denken over mens en maatschappij gebaseerd op de grondgedachte dat er een menselijke natuur bestaat en dat ook de samenleving berust op een natuurlijke ordening. De moderne afwijzing van die denkwijze heeft geleid tot het grote euvel van onze tijd: het relativisme.

Resultaat is ook hier dat vrijheid tanende is. Alle mensen zijn gelijk, maar sommigen zijn gelijker dan anderen. Je ziet altijd dat de leemte die door het wegvallen van universele waarden ontstaat opgevuld wordt met andere waarden die vervolgens verabsoluteerd worden, zoals tolerantie, gendergelijkheid, milieu. Deze waarden worden niet gepresenteerd als richtlijnen, maar worden met religieus fanatisme afgekondigd als de nieuwe moraliteit, nieuw goed en kwaad waarvan men eist dat iedereen het omarmt. De nieuwe intolerantie kent zo haar eigen dogma’s.

De nieuwe intolerantie wordt gerechtvaardigd door het principe van ‘de meeste stemmen gelden’, hetgeen praktisch gezien neerkomt op willekeur. De in 2014 (wat mij betreft terecht) verboden pedopartij Martijn houdt er dezelfde principes op na als PvdA-senator Brongersma in de jaren ’70. Wat toen tamelijk breed geaccepteerd werd, wordt nu volstrekt verwerpelijk geacht.

Dezelfde voorstemmers van destijds, zijn nu de tegenstemmers. Gelukkig het kind dat niet in de jaren ’70 opgroeide. Relativisme betekent gewoon dat je niets echt goed of slecht kunt noemen. Er bestaat geen intrinsiek kwaad. Wat goed is, is simpelweg hetgeen ik goed vind.

Dat is beangstigend. Als er geen waarden bestaan die uitstijgen boven de inzichten van de machthebbers van het moment, betekent dit uiteindelijk het einde van democratie en vrijheid. We hebben een nieuwe Animal Farm gecreëerd.

Ondertussen zijn de relativisten in een merkwaardige spagaat beland. Enerzijds proclameren zij ‘ieder zijn eigen waarheid’. Anderzijds houden zij vast aan een aantal normen die volgens hen voor iedereen gelden (en dus absoluut zijn).

Omdat de meerderheid uiteindelijk altijd gelijk krijgt, denkt de meerderheid dat ze ook altijd gelijk heeft. Maar juist de onderdrukking van die reflex en de omgang met minderheden vormen de democratische lakmoesproef.

De minderheid moet ook in vrijheid kunnen leven. Destijds werd de katholieke minderheid het zwijgen opgelegd door de protestantse meerderheid en diende men zijn toevlucht te zoeken tot schuilkerken. In onze tijd is het de christelijke minderheid die geen gelijke rechten wordt gegund door de islamitische meerderheid zoals bijvoorbeeld in Pakistan.

Job Cohen kon zich in 2000 toen het homohuwelijk zijn intrede deed, nog wel de gewetensbezwaren van een minderheid voorstellen. Zo ook Femke Halsema, die van mening was dat ruimhartig omgegaan moet worden met ambtenaren die principiële of religieuze bezwaren hebben tegen het homohuwelijk. Dat is nu juist tolerantie: dat je andersdenkenden respecteert.

Inmiddels is er van onze geroemde tolerantie weinig meer over. Een ambtenaar met gewetensbezwaren heet nu een weigerambtenaar en krijgt ontslag. Hetzelfde lot wacht een arts die aangeeft niet bereid te zijn een kind in de moederschoot te ontmantelen. Een schooldirecteur die meent niet te moeten zwichten voor een verzoek om genderneutrale toiletten omdat naar zijn mening het geslacht geen keuze is maar een feitelijk gegeven, kan ook op zoek naar een andere baan.

Sportclubs die toestaan dat een jongen die meent een meisje te zijn en om die reden meent bij de meisjes te mogen douchen, zijn stapelgek. Maar die mening mag ik niet hebben. En de meisjes die dit ook maar niks vinden moeten hun mond houden; hun mening is niet relevant. Het duurt niet lang meer dat de politieke correctheid zal voorstellen orthodoxe christenen en andere gezond-verstand-lieden naar een soort HALT-kamp voor volwassenen te sturen.

John Locke meende stellig dat het mogelijk en goed is ongemakkelijke meningen te tolereren en te bekritiseren. De woordvoerders van het intolerantiekamp prefereren daarentegen onwillige meningen uit te roeien, en zichzelf daardoor de moeite van het debat te besparen.

Onze cultuur promoot het gevoel van eigenwaarde als het belangrijkst denkbare in de wereld en maakt van elke individu een godje, die zware sancties eist voor iedereen die hun levenswijze bevraagt, met als eindresultaat een kille intolerantie die de vrijheid van mening ernstig bedreigt. We spreken niet meer met elkaar, maar willen letterlijk mensen van gedachten doen veranderen.

Je zou denken dat mensen die in de jaren ’60 zo hun mond vol hadden over tolerantie en vrijheid (en dus ook die van andersdenkenden) geen bezwaar zouden hebben tegen een bakker die liever geen taart maakt met twee bruidegommen. Maar nee hoor, er ontstaat grote verontwaardiging. Je roept heel hard ‘discriminatie’ en daarmee is de discussie beëindigd voordat deze begonnen is. Natuurlijk waren er genoeg bakkers te vinden die wel zo’n taart wilden fabriceren, maar dat was niet genoeg: iedereen moet zich conformeren.

Het maakt duidelijk dat de hedendaagse seculiere cultuur een sterk dogmatisch en totalitair karakter heeft. Als je een ‘verkeerd’ idee hebt over het huwelijk of gender mag je daar niet naar handelen. Exit vrijheid van godsdienst, exit vrijheid van meningsuiting.

Ik ben een democraat. Als de meerderheid voor een homohuwelijk is, dan moet dat er maar komen. Ik behoud mij wel graag het recht voor hierin een minderheidsstandpunt in te mogen nemen. Dat wordt mij kennelijk niet gegund.

Gelukkig hebben we Johan Derksen nog. Deze ultieme verdediger van de ultieme vrijheid van meningsuiting – vandaar mijn grote sympathie voor deze ongelikte beer – zegt hier af en toe heel aardige dingen over.