■ KRO ■ Telesphorus, Hyginus, Lucius I, Anicetus, Urbanus I, Eleutherius, Felix I, Pius I, Victor I, Innocentius I, Zepherinus en Linus. Wat hebben deze antieke pausen met elkaar gemeen? Allen werden ze door hun opvolger Paulus VI van de Algemene Romeinse Kalender geschrapt, omdat er te weinig historische aanwijzingen waren dat ze als martelaar waren gestorven. De nieuwe liturgische kalender ging in op 1 januari 1970.

Het aggiornamento van het Tweede Vaticaans Concilie was vooral te merken in de eredienst van de Latijnse Kerk. Het ging daarbij echter niet zozeer om modernisering maar om herbronning. Alle niet authentieke aanslibsels die door de eeuwen heen de liturgie hadden geïnfecteerd, moesten verdwijnen. Dat gold ook voor de heiligencultus.

Mede gebaseerd op het geschiedkundige werk van de Bollandisten, een in de 17de eeuw opgericht hagiologisch instituut van jezuïeten, werd een onderscheid gemaakt tussen legendarische en historische verhalen over vereerde figuren in de christelijke cultuur. Het uiteindelijke resultaat leidde tot een heuse opruiming onder de canonieke heiligen.

De nieuwe Algemene Romeinse Kalender werd door paus Paulus VI afgekondigd in zijn motu proprio Mysterii Paschalis, gedateerd op 14 februari 1969. Niet alleen schrapte conciliepaus Montini gedachtenissen van zo’n veertig heiligen, ook hief hij een aantal liturgische feesten op, zoals de Besnijdenis des Heren, de Heilige Naam van Jezus, het Allerkostbaarste Bloed van Jezus en de Heilige Naam van Maria.

Van de heiligen die de zuivering niet hadden overleefd, werd gezegd dat ze niet werkelijk hadden geleefd, dat ze een fantasieproduct waren of dat hun martelaarschap nooit had plaatsgevonden. Voor de volksdevotie had dit grote impact. Vereerders van Sint-Christoffel, Sint-Ursula, Sint-Barbara en Sint-Catharina kregen te horen dat hun favoriete heilige geen historische basis had.

Het verwijzen van het verhaal over de martelares Catharina van Alexandrië naar het rijk der fabelen wekte in de hele wereld wrevel. Hoeveel kerken, kloosters en ziekenhuizen waren er in Oost en West niet naar deze grote heilige vernoemd? Het Grieks-Orthodoxe Patriarchaat van Alexandrië was woedend. Het protest leidde er uiteindelijk toe dat paus Johannes Paulus II haar in 2002 terugplaatste op de Algemene Romeinse Kalender (25 november), zij het dan wel als facultatieve gedachtenis.

Ook Sint-Joris had in 1969 eigenlijk moeten sneuvelen, omdat de historische basis van zijn leven vrijwel geheel ontbrak. Maar hem schrappen ging zelfs Paulus VI te ver. Als compromis besloot de toenmalige paus hem te handhaven op 23 april als facultatieve gedachtenis. Deze Jorisdag is nu overigens een feestdag in Vaticaanstad omdat de legendarische Joris (Georgios, Georgius, George, Jorge, Jordi) de naamheilige is van paus Franciscus (Jorge Bergoglio).

Een andere heilige die evenals Catharina en Joris in zowel Oost en West al eeuwenlang een grote verering kent, is Nicolaas van Myra. Ook van hem zijn meer legenden dan keiharde historische feiten overgeleverd. Paulus VI verklaarde ook hem tot een soort tweederangsheilige, door zijn gedachtenis op 6 december facultatief te maken.

Vijftig jaar geleden stonden er 126 Europese heiligen op de Algemene Romeinse Kalender, naast 8 Afrikaanse, 14 Aziatische, 4 Amerikaanse en 1 Oceanische. Sinds de hervorming is de canon der heiligen sterk van samenstelling veranderd. Johannes Paulus II bracht de grootste veranderingen teweeg door evenveel personen te canoniseren en zalig te verklaren als al zijn voorgangers in vier eeuwen samen. Paus Franciscus vestigde op dit terrein een record, want op één dag, 12 mei 2013, canoniseerde hij 803 zaligen, onder wie de 801 Martelaren van Otranto, vermoord door de Ottomanen in 1480. Ook uniek aan dit pontificaat is dat Franciscus maar liefst drie van zijn voorgangers niet alleen heiligverklaarde maar ook op de Algemeen Romeinse Kalender zette: Johannes XXIII (11 oktober), Paulus VI, de paus van Mysterii Paschalis (29 mei) en Johannes Paulus II (22 oktober). Hun gedachtenissen zijn echter niet verplicht maar facultatief.