Cathrine (doopnaam Zoé) Labouré, Parijs, Frankrijk; kloosterlinge & mystica; † 1876.

Zij werd op 2 mei 1806 geboren te Fain-lès-Moutiers aan de Franse Côte d’Or als dochter van een welvarende boer. Al heel vroeg verloor zij haar moeder. Van dat moment nam zij steevast haar toevlucht tot de Moeder Gods. In 1830 trad zij in bij de Zusters van Barmhartigheid van Vincentius a Paolo. In het huis aan de Rue du Bac in Parijs verrichtte zij in alle eenvoud haar liefdediensten aan armen en gebrekkigen. Tot haar dood was zij onvermoeibaar in de weer voor haar mensen. In haar gebed ontving zij de stigmata.

Ook zou Maria haar verschenen zijn. De Mariaverschijning op 27 november 1830 zou de aanleiding worden voor de verspreiding van de ‘wonderdadige medaille’, waarvan er nog tijdens haar leven grote aantallen werden aangemaakt voor gelovigen die steun zochten in deze devotie.

Haar relieken bevinden zich in de kerk van de Zusters van Vincentius a Paolo in de Parijse Rue du Bac; daar wordt ook de stoel getoond waarop Maria in 1830 had gezeten. Het huis aan de Rue du Bac is tot op de dag vandaag een druk bezocht bedevaartscentrum. Haar biechtvader J. Aladel beschreef haar visioenen. In 1947 werd zij heilig verklaard. Zij is patrones van duivenliefhebbers en duivenmelkers.

heiligen.net