Aan U, o Koning der eeuwen,
aan U blijft de zegekroon.
Onsterf’lijk schittert Uw glorie
door alle haat en hoon!
De volkeren verdwijnen,
maar luider klinkt het lied:
De wereldzon blijft schijnen,
haar glanzen sterven niet!

Hoor! Juub’lend naderen d’eeuwen
met psalmen vol hoger gloed,
in brede koren weerklinken
de Koning huld’ en groet!
Hoe schateren hun zangen,
langs aard’ en luchtgebied:
De Koning aller ere
zij leven, liefd’ en lied!