■ Paarse Pepers ■ In de middeleeuwen dwaalden mensen met hun mening dat het heiligschennis is wanneer een priester huwt. Toen kwam Luther….en hij huwde. Nu zijn we zover gekomen dat men het als heiligschennis beschouwt wanneer een priester niet huwt. ‘Men kan toch geen goed priester zijn als men niet getrouwd is’. ‘De mensen zullen iemand niet echt als zielzorger accepteren, enzovoort, als hij niet getrouwd is’. Klaarblijkelijk zegt men dat in dezelfde zin als waarin men van een dokter zegt dat ‘de familie’ het liefst een getrouwde man als dokter heeft. Zij zijn namelijk bang dat een vrijgezel een liederlijk mens is.

In de middeleeuwen correspondeerde het ongehuwd zijn dus met heiligheid. Nu is het ongehuwd zijn een reden om als liederlijk persoon te worden beschouwd, als iemand bij wie vrouw en dochter niet veilig zijn.

In de middeleeuwen had met het meest vertrouwen in een ongehuwde. Men meende in zijn ongehuwde staat een garantie te hebben. Dat is een redenering van de geest. Nu heeft men het meeste vertrouwen in een gehuwde. Dat is een redenering van het vlees.

Nee, bovenstaand is geen tekst van mij, maar van Sören Kierkegaard (X, 1 A 440). Ook hij leefde in een tijd (1833-1855) waarin alles opnieuw werd doordacht. Er blijkt wederom weinig nieuws onder de zon. In het slotdocument van de Amazonesynode wordt gepleit om viri probati – gehuwde mannen – tot het priesterambt toe te laten. En om vrouwen tot het diakenambt toe te laten. Kom eens een kijkje nemen in Nederland, waar dit soort zaken al lang praktijk zijn. Ik leef in een land waarin getrouwde mannen zich aan het altaar wagen, zich ‘pastor’ laten noemen en voorgaan in ‘vieringen’ waarbij de gemiddelde kerkganger het onderscheid met een H.Mis ontgaat. Natuurlijk hebben zij geen wijding ontvangen, natuurlijk hebben zij geen zending om op zondag ‘voor te gaan’, maar ondertussen hullen zij zich in liturgische gewaden die zich maar nauwelijks onderscheiden van priester- en diakengewaden. Ik leef in een land waarin vrouwen zich aan het altaar gewagen, zich ‘pastor’ laten noemen, liturgische kleding dragen die een wijding suggereren en de verkondiging voor hun rekening nemen, en die verontwaardigd reageren als men hen tot de lekenstand rekent. Ik leef in een land waarin carnavalsmissen worden gevierd waarin polonaises worden gehouden, liederlijke liederen worden aangeheven en heel het kerkvolk dat geen enkel benul heeft van het sacrament de Heilige Communie opeist. Ik leef in een land waarin men meent dat de Kerk inmiddels ook het homohuwelijk erkent, omdat dergelijke ‘huwelijksvieringen’ gewoon plaatsvinden zonder dat er echt tegen opgetreden wordt. Ik leef in een land waar opstand uitbreekt als je ouders vertelt dat je hun kinderen ter voorbereiding op de Eerste H.Communie ook kennis laat maken met het sacrament van de biecht. Ik leef in een land dat zichzelf een gidsland acht. Ik leef in een land waarin men Vaticanum II niet zag als een poging om nieuwe wegen tot evangeliseren van de wereld te zoeken, maar om de Kerk te seculariseren. Dat is goed gelukt. Het resultaat? De Kerk in Nederland is op sterven na dood. Nederland is inmiddels het meest geseculariseerde land ter wereld. Wat bezielt in Godsnaam de synodevaders om dit voorbeeld na te volgen?

Ik laat graag Kierkegaard nogmaals aan het woord.

“Het Nieuwe Testament als richtsnoer voor de christen is een soort historische merkwaardigheid geworden, zoiets als een reisgids voor een bepaald land waar intussen alles volkomen veranderd is. Een dergelijk boek kan voor reizigers in dat land geen enkel nut meer hebben. Terwijl men in een gemoedelijk café zit en een sigaartje rookt, leest men in de reisgids: ‘Hier bevinden zich roversbenden die reizigers aanvallen en mishandelen hun toevlucht’. Maar er is geen roversbende meer, maar een gezellig café’. Het Nieuwe Testament is echter in onveranderlijke mate nog steeds het handboek voor christenen die het in deze wereld nog steeds zo zal vergaan als geschreven staat in het Nieuwe Testament. Men moet zich niet van de wijs laten brengen door lieden die andere ervaringen hebben met diezelfde wereld, lieden met boevenstreken in deze wereld met haar boevenstreken. Wat in deze wereld in grote mate voorkomt, namelijk geleuter, jammerlijkheid, middelmatigheid, enzovoort, enzovoort, komt in het Nieuwe Testament eigenlijk niet aan de orde. Aan geklets, kleinzieligheid en middelmatigheid gaat het radicaal voorbij”.