O Naam, zo zoet in d’oren
van wie Maria mint.
O Naam, zo innig dierbaar
aan ’t harte van haar kind.

Geef dat uw Naam, Maria,
steeds in mijn ziele leev’,
en stervend op mijn lippen,
uw Naam, o Moeder, zweev’.

O Naam, die d’Onbevlekte
in al haar grootheid prijst.
O Naam, die op de Moeder
der zeven smarten wijst.

O Naam, die ons de liefde
der Lieve Vrouwe noemt.
O Naam, die ’t alvermogen
der Koninginne roemt.

O krijgsleus in het strijden,
o hulpkreet in de nood,
o onderpand der zege
in leven en in dood!