Het wemelt in de Mei van blonde kleinen, nabij de veldkapel;
De takken van de grote linde deinen rondom de veldkapel;

Maria hoort de zoete litanieën
Der boerenkind’ren en der honingbieën.

Ave Maria, Ave Maria!

Een paradijs van bloemen ziet men spruiten, nabij de veldkapel;
Terwijl de vogels in de takken fluiten, rondom de veldkapel.

Maria hoort in ’t heilig avondzwijgen
Een jubelpsalm van nachtegalen stijgen.

Ave Maria, Ave Maria!

Het koele dorpke ademt niets dan vrede, nabij de veldkapel;
Zijn sluimer is ’n enk’le reine bede, rondom de veldkapel.

Maria hoort, terwijl de sterren glanzen,
de naklank van de laatste rozenkransen.

Ave Maria, Ave Maria!