■ ED ■ Voordat de carnavalsmis begint, staan de pastoor en de burgemeester voor in de kerk nog even met elkaar te praten. Ze kennen hun plaats: tot en met dinsdagavond is Prins Rogério de gezagsdrager in de stad. Dat blijkt als hij in vol ornaat en met zijn gevolg via het gangpad naar het priesterkoor loopt, begeleid door de klanken van het Stratums Muziekkorps Sint Cecilia. Iedereen gaat staan voor een warm welkom.

Dan krijgt pastoor René Wilmink toch het woord: hij is tenslotte gastheer in de overvolle Catharinakerk, deze zondagochtend. ,,Ik wist niet dat we zoveel staanplaatsen hadden”, grapt hij. ,,Vorige week was het trouwens iets minder druk en volgende week zijn we weer open; u bent van harte welkom!” Het zal in een andere sfeer zijn. Nu is het een bonte kermis, waarbij de kleuren van de ballonnen, kostuums en pruiken wonderwel passen bij die van het glas-in-lood.

Na twintig jaar is er een wisseling van de wacht bij de organisatie geweest, maar ook nu is er een mix van muziek, plezier en diepgang. De pastoor zingt zijn zelf geschreven carnavalslied, geïnspireerd door het Lampegatse motto van dit jaar. ,,O, goede God, schijn uw licht op mij, o, goede God, schijn uw licht op ons, want in uw licht herleven wij.” Ook in de preek vraagt hij de aanwezigen elkaar het licht in de ogen te gunnen.

Tussendoor is er veel muziek, ook Bens Band begeleidt nummers zoals ‘Salve Regina’ van Van Maasakkers. ,,Ik dacht even dat het Gerard zelf was”, knipoogt de pastoor naar zanger Joep Verheijen. Het driestemmige ‘Sound of Silence’ – met ondersteuning van het Stratumse koper en hout – zorgt voor kippenvel, maar gelukkig voor het carnavalsgevoel heeft daarna iemand de Feestneus van Toon Hermans gevonden.

Het heilig evangelie volgens Lucas gaat over iemand die een ander wil verlossen van een splinter in zijn oog, terwijl hij de balk in zijn eigen oog niet ziet. Het kerkvolk begrijpt de boodschap. Zeker met carnaval is er geen tijd om elkaar verwijten te maken. ‘Het is niet altijd rozengeur’, gaat naadloos over in het ‘Bloemetjesgordijn’ en even lijkt de kerk op de Wintertuin in hotel Cocagne twee dagen eerder.

Na afloop is Marjan Rubingh, die met vier andere vrouwen en één man tekende voor de organisatie, tevreden. ,,Het was nog even paniek toen we een half uur vooraf hoorden dat Els van der Waard, een van de solisten, ziek was. Maar gelukkig was Caroline Chamboné snel gevonden. Net op tijd zag ik haar binnenlopen.”

Ook pastoor Wilmink keek met een goed gevoel terug op de dienst. ,,Nee, geen Heilige Mis. Het hoogtepunt van de liturgie moeten we respecteren. Maar een dienst zoals deze past goed bij carnaval.” Vijf jaar lang was de dienst verbannen uit de Catharinakerk. Wat heeft de pastoor van gedachten doen veranderen? ,,Ik ben niet van gedachten veranderd. Maar ik wil geen oude koeien uit de sloot halen. Vandaag ging het om de zin van de zinloosheid.” Toch haakte hij tijdens de feestmuziek niet zijn armen in bij die van de buren. ,,Ik wil niet geforceerd vrolijk zijn. Je moet trouw blijven aan jezelf.”