■ AD ■ Een geestelijke die twittert, dat is vrij zeldzaam. En als meneer pastoor dan via dat medium ook nog eens kritische, ironische en soms zelfs cynische boodschappen de wereld in stuurt, is de aandacht al helemaal getrokken. Het verhaal van Jan-Jaap van Peperstraten (40): de Bressiaander die zo goed als ‘religieloos’ opgroeide, zijn leven omgooide en nu door het leven gaat als ‘twitterpastoor’.

Jan-Jaap van Peperstraten (@jjvpeperstraten) wandelt met zijn bezoek door Heemstede, zijn thuisbasis. Alledaags gekleed, maar wel getooid met priesterboord. ,,Die heb ik altijd om als ik in functie ben.” Sinds drieënhalf jaar is Van Peperstraten er herder van vier parochies met een kleine zevenduizend parochianen. Volgens de boeken dan. Echt belijdend zijn het er stukken minder, al komen op de zondagsdiensten nog altijd meer dan vierhonderd mensen af.

Van Peperstraten staat aan het roer van een parochie met een turbulent verleden, vertelt hij. Nog niet zo lang geleden moest er zelfs een speciale crisispastoor als interim worden ingevlogen om allerlei brandjes te blussen. Het vuur is nu uit, maar smeult af en toe nog wel wat na. ,,Je moet hier vooral heel geduldig zijn, en accepteren dat er regelmatig een lijk uit de kast valt. Vervolgens is het aan mij om dat lijk op z’n minst fatsoenlijk te begraven.”

Die reuring, dat is misschien een gevolg van de volksaard van de mensen in het stadje onder de rook van Haarlem. ,,Dit is een welgestelde plaats. Mensen hebben het bovengemiddeld goed. Ze zijn hier mondig, redelijk overtuigd van zichzelf. Als er iets moet gebeuren, willen ze allemaal meepraten. Iedereen legt een ei, en is pas tevreden als je dat ei op z’n minst uitgebreid gecomplimenteerd hebt.” Het is een constatering, geen kritiek. ,,Het is overal wel wat. Ik ben nu eenmaal hier terecht gekomen, en heb daar geen spijt van.”

Pastoor in Heemstede: het was geen logisch toekomstbeeld toen hij opgroeide in Breskens, in een zo goed als religieloos gezin. ,,Sterker nog: zelfs vijf jaar geleden had ik dit nooit kunnen bedenken.” Al dacht Van Peperstraten toen wel al geruime tijd na over hoe hij het geloof een rol kon geven in zijn leven. Het gevolg van een aantal dipjes. ,,Toen ik jong was, had ik allerlei ambities en plannen. Al moet ik, terugkijkend, wel erkennen dat die nooit erg concreet waren. Na mijn middelbare school wist ik eigenlijk niet wat ik wilde, dus ging ik maar filosofie studeren in Nijmegen. Lekker breed, dacht ik. Maar voor ik het wist was ik acht jaar verder en hobbelde ik van invalbaantje naar invalbaantje als docent.” Hij raakte in wat hij noemt ‘een persoonlijke crisis’. ,,Ik ben mezelf toen echt enorm tegengekomen, en merkte toen dat het me goed deed om me tot God te richten, en naar Hem te zoeken.”

Na een driejarig verblijf in Schotland, dankzij een studiebeurs, kreeg het idee voor een geestelijk leven vastere vormen. ,,Ik ben na mijn terugkeer nog twee jaar lang docent geweest aan het Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen. Het leek me goed om nog even te kijken wat het ‘normale’ leven te bieden had.” Want het besluit om geestelijke te worden, neem je niet zomaar. ,,Dat is een proces van jaren. Je wordt trouwens ook niet als vanzelfsprekend aangenomen op de opleiding. De helft valt meteen af, en van de rest nog eens de helft tijdens de studie.” Van Peperstraten rolde er probleemloos doorheen. ,,Die studie filosofie bleek een goede basis. Die is achteraf bezien dus toch nog een prima keuze geweest.”

De pastoor werd door de kerk naar Heemstede gezonden, en kon aan de slag. En dat was wel even wat. De eerste keer naar een stervende toe, hij weet het nog goed. ,,Ik had tijdens mijn studie een goede leermeester gehad, heb hem die eerste keer precies nagedaan en dacht: dan moet het goed zijn. En dat was ook wel zo.”

Het priesterschap paste hem, merkte hij al snel. ,,Je begint eraan, je weet wat je allemaal moet doen, maar je hebt eigenlijk geen idee waar je goed in bent.” Hij bleek goed in sterfbedden, bijvoorbeeld. ,,Ik merk dat ik mensen rust geef: degene die gaat overlijden, maar ook de familie. Het voelt goed.”

Nog een favoriet onderdeel van zijn werk: het voorbereiden van de wekelijkse preek. ,,Daar steek ik echt veel tijd in. Ik vind het een mooie uitdaging: in een tamelijk vaste formule een verhaal neerzetten, dat inhoudelijk sterk en toch begrijpelijk is.”

En daarmee is het bruggetje naar de Twitteractiviteiten van Van Peperstraten gemakkelijk gemaakt. Hij krijgt er langzaamaan bekendheid door. Landelijke dagbladen, radio, tv: ze weten ‘de twitterpastoor’ steeds vaker te vinden. Van Peperstraten heeft het op dat kanaal immers niet alleen over koetjes en kalfjes, maar gaat ook over ongebaande paden. Hij benoemt, prikkelt, prikt en bekritiseert. Kritische ‘ongelovigen’ krijgen ervan langs. Niet omdat ze God ontkennen, maar vanwege hun toon. En ook politici en zelfs kerkbestuurders ontvangen regelmatig een digitale oorvijg van meneer pastoor.

Alleen al die reactieve houding is genoeg om op te vallen. Het is immers niet iets wat veel andere geestelijken hem nadoen. ,,De kerk is te mild. De kerk wil ‘goed’ zijn, en dat is prima. Maar de termen ‘goed’ en ‘braaf’ worden door elkaar gehaald. Soms doe je juist het goede door even niet al te braaf te zijn.”

En, eerlijk is eerlijk: persoonlijk vindt Van Peperstraten het ook gewoon leuk om een beetje te ‘prikken’. ,,Een tweet is als een samengeperste sneeuwbal: uit een heleboel informatie moet je een klein, compact geheel maken. Als die sneeuwbal goed lukt, vind ik het heerlijk om die dan ook nog even bij iemand in de nek te gooien.”

De ‘populariteit’ van de twitterende pastoor nam een vlucht na het kerkelijk misbruikschandaal in de Verenigde Staten, afgelopen zomer. ,,Toen al die vreselijke berichten naar buiten kwamen, wist ik al: hier moeten we als kerk wat mee. De landelijke lijn was: dit is in de eerste plaats een buitenlandse kwestie. Maar in de praktijk werkt dat niet zo. Bijna iedereen die ook maar iets met de kerk te maken heeft, zat met vragen.” En dus preekte Van Peperstraten meteen over het onderwerp, en predikte hij ook via Twitter openheid. ,,En dat was klaarblijkelijk bijzonder genoeg om zelf een verhaal te worden.”

De pastoor heeft inmiddels meer dan achtduizend volgers. Terwijl twitteren nooit een doel op zich was. Van Peperstraten stuurde de berichtjes de wereld al in toen hij nog lang geen pastoor was, en ging daar argeloos mee door. Al ziet hij wel dat zijn activiteiten nu ook een beroepsmatig doel dienen. ,,Door te twitteren, breng ik voor veel mensen de benaderbaarheid van de kerk dichterbij. Dat is geen luxe, integendeel. Vroeger stapten mensen naar de kerk om de hoek en vonden daar wel iemand met een luisterend oor. Nu hangt er een bordje met openingstijden of een verwijzing naar elders. Dus gaan mensen zoeken, op internet, en vinden mij. Ze sturen me een tweet, en vinden zo alsnog hun contact.”

Hij heeft voorbeelden te over van situaties waarin het op die manier liep. ,,Vorige week nog kwam ik via Twitter in contact met iemand die misbruikt was. Het leidde uiteindelijk tot een heel heftig telefoongesprek van een uur.” Ander voorbeeld: een familie uit Amsterdam die naarstig op zoek was naar een priester omdat een gezinslid op sterven lag. ,,Het was ’s avonds laat, de gemakkelijkste weg bleek om mij via Twitter te benaderen. Ik kon op dat moment ook geen collega’s in de buurt meer vinden. Dus ben ik maar in mijn auto gestapt en erheen gereden.”

En dan die mevrouw die via Twitter meldde dat ze enge geluiden hoorde op zolder. ,,Dan kan ik daar natuurlijk inhoudelijk over in discussie gaan, maar ik kan ook mijn boord aandoen, erheen rijden en daar even met mijn wijwaterkwast zwaaien. En die geluiden waren verdwenen hoor.”

Het gaat niet alleen om vindbaarheid, maar ook om zichtbaarheid van de kerk, benadrukt Van Peperstraten. ,,De kerk is in de marge van de samenleving beland. Als we niet zelf wat geluid maken, zijn we onzichtbaar.”

Hij verkondigt zijn persoonlijke mening, benadrukt hij. ,,Sommige mensen denken dat ik uitsluitend het standpunt van de kerk wereldkundig maak. Maar ik ben natuurlijk niet de woordvoerder van de bisschop.” Die heeft Van Peperstraten overigens wel zijn zegen gegeven over zijn twitteractiviteiten. ,,Ergens is het bisdom het er ook wel mee eens dat er wat meer openheid zou mogen zijn. Maar dat is, in een hiërarchische organisatie als de kerk, niet evident. Voor mij, als individu, is dat een stuk simpeler.”

De wandeling gaat inmiddels terug richting de Onze Lieve Vrouw-Hemelvaartkerk. Die gaat binnenkort dicht. ,,Er is geen geld voor meerdere kerken binnen één parochie. We moesten kiezen.” De pastoor moet daardoor ook de naastgelegen pastorie verlaten – een enorme woning. ,,Vroeger woonden hier op z’n minst ook nog een kapelaan en een koster. Die verdeelden de taken met de pastoor, konden ook met elkaar overleggen en ’s avonds, tijdens het kaarten, de dag doornemen. Nu moet ik heel veel zelf uitzoeken. Wat dat betreft was opgroeien in West-Zeeuws-Vlaanderen wel een goede leerschool. Daar heb ik goed geleerd om mezelf te vermaken.”