■ KerkNet ■ Een jonge vader vertelt hoe zijn zoontje geboeid is door gezang en rituelen in de zondagsmis, maar afhaakt bij te veel gepraat.
“Mijn zoontje is een peuter van drie en gaat regelmatig mee naar de kerk. Omdat we ons bewust zijn van zijn korte aandachtsboog zitten we iedere zondag helemaal vooraan. Hij vindt het geweldig als er gezongen wordt en is dol op uitgebreide processies.

Maar het zijn de woorden die hem vervelen. Door de ogen van mijn zoon heb ik beseft hoeveel er in onze Romeinse ritus gesproken wordt, en dat veronderstelt toch een bepaalde mate van taalontwikkeling, om dat allemaal te verstaan.

Blijkbaar is in onze liturgie muziek gaan fungeren als een intermezzo tussen het eigenlijke werk. Het lijkt wel alsof we denken: ‘Hey, er wordt hier te veel gesproken, laten we iets zingen om de mensen een pauze te gunnen. En dan nu terug naar de tekst’.

Dan wil hij halverwege de eucharistieviering de kerk verlaten, omdat er toch niks gebeurt, want er is geen muziek, enkel de naakte stem van iemand die leest, leest en nog eens leest.

Vorige zondag gingen we naar de Goddelijke Liturgie van de melkitische gemeenschap. Iedereen die al eens een Oosterse liturgie heeft meegemaakt, weet dat daar de hele Liturgie gezongen wordt. Ondanks het feit dat onze zoon helemaal niet vertrouwd is met dit soort liturgie, laat staan met de woorden die er gezongen worden, neuriede hij de viering mee (soms zelfs tijdens het eucharistisch gebed). Ondanks zijn beperkte taalontwikkeling liet het gezang hem toe om deel te nemen aan de eucharistie, op een manier die hij zelden ervaart.

Hij heeft geen enkele keer gevraagd om te vertrekken. Hij heeft zich geen moment verveeld (hoewel hij regelmatig buigingen en kruistekens maakte).

We moeten toegeven dat muziek in onze parochievieringen al te vaak fungeert als eigenaardige intermezzi tussen het cerebrale van het gesproken woord. Onze vieringen zijn te veel gesproken en hebben vaak meer weg van een saaie speech dan van echt gebed. Hoe zou iemand kunnen geloven dat we eigenlijk deelnemen aan het Hemelse Bruiloftsmaal?! Als dit de hemel is, misschien wil ik het dan helemaal niet, want het klinkt onnoemelijk saai.

De gezangen van het Romeins Missaal zouden we overal moeten gebruiken. Voorgangers zouden moeten leren zingen. De gebeden, dialogen, lezingen, de psalm, de geloofsbelijdenis, de voorbede, het eucharistisch gebed, het Onzevader … dat kan allemaal gezongen of tenminste gecantileerd worden.

Het is een kwestie van te leren om onze dankzegging, onze eredienst, met ons hele lichaam, ons hele wezen te beleven. Zodat onze stemmen worden meegenomen en opgenomen, niet alleen in het voorlezen uit een boek voor een verzameling verveelde toehoorders, maar tot in de Hemelse Liturgie zelf.

Het gaat er ook om dat kinderen, die trouwens van nature kunnen zingen, deelnemen aan de liturgie zoals ze bedoeld is: hun lofzang opdragen aan God. De eenvoud van de gezongen gebeden en dialogen, hun geaard zijn in de menselijke stem, maakt dat kinderen ze zo gemakkelijk leren.

Kinderen begrijpen dit. Mijn zoon snapt het ook. Alleen de rest van de kerk is niet altijd mee.”