■ Doorbraak.be ■ Sinds een halve eeuw zien we grote verschuivingen in het ritueel om afscheid te nemen van de doden. De uitvaarten zijn uit het straatbeeld verdwenen. De zwarte katafalk in de kerk en de gedrapeerde paarden die de lijkkoets naar het kerkhof trokken, met de fanfare die een treurmars speelde, het zijn beelden uit een ver verleden. Met de ontkerkelijking is de religieuze zangcultuur verschrompeld, er zijn bijna geen organisten meer, en het gebrek aan priesters maakt dat naar andere uitvaartformules gezocht wordt. Niet-kerkelijke uitvaartcentra zien een gat in de markt om die dienst naar zich te trekken.

Maar dat alles zijn slechts symptomen van iets fundamentelers.

De manier waarop de mens de doden begraaft, zegt veel over hoe hij nadenkt over een hiernamaals, en dus ook over de mens zelf. En hier is een grote verschuiving aan de gang, een verschuiving in het denken over de mens zelf en over het transcendente. Dat merk je bij kerkelijke en niet kerkelijke uitvaarten.

lees verder op weblog