Hiëronymus van Stridon, volledige naam in het Latijn: Eusebius Sophronius Hiëronymus (Grieks: Εὐσέβιος Σωφρόνιος Ἱερώνυμος) (Stridon in Dalmatië, ca. 347 – Bethlehem, 30 september 420) is een van de vier grote kerkvaders van het Westen. Zijn feestdag is 30 september in de rooms-katholieke kerk, in de orthodoxe kerk op 15 juni. In de christelijke iconografie wordt Hiëronymus vaak afgebeeld met een leeuw.

Tussen 390 en 405 maakte Hiëronymus de Vulgaat, een Bijbelvertaling in alledaags Latijn, grotendeels gebaseerd op oorspronkelijke Hebreeuwse bronnen. Tijdens het Concilie van Trente (1545-1563), ruim 1100 jaar later, werd deze vertaling voor de Katholieke Kerk tot enige gezaghebbende tekst verklaard.

Hij stamde uit een welgestelde familie en ontving zijn eerste opleiding te Rome. De ouders van Hiëronymus waren al christenen en zij stuurden hem naar Rome om er te studeren. Hij kreeg er les onder meer van de grammaticus Donatus. Tyrannius Rufinus van Aquileia was zijn medeleerling. Met de klassieke auteurs raakte Hiëronymus zeer vertrouwd.

Na een verblijf te Trier ging hij te Aquileia een ascetisch leven leiden te midden van een groepje gelijkgezinden. Rond 373 wilde hij een pelgrimstocht naar Jeruzalem ondernemen, maar een ernstige ziekte hield hem lange tijd in Antiochië. Daar hoorde hij voordrachten van Apollinarius van Laodicea en hij leerde er ook perfect Grieks. Daarna trok hij zich een drietal jaar (375-378) terug in de woestijn in de buurt van Antiochië, waar een monnik van joodse afkomst hem in het Hebreeuws onderrichtte. Zijn priesterwijding ontving hij in Antiochië door Paulinus, bisschop van deze stad. In Constantinopel woonde hij de voordrachten van Gregorius van Nazianze bij.

Tussen 383 en 385 verbleef Hiëronymus als secretaris en vriend van paus Damasus I te Rome. In opdracht van deze paus begon hij hier te werken aan een nieuwe vertaling van de Bijbel in het Latijn, de zogenoemde vulgaat, omdat de tot dusver gangbare vertalingen niet meer voldeden inzake literaire vormgeving en correctheid. Na de dood van Damasus (11 december 384) begaf hij zich op reis naar de heilige plaatsen in Palestina, bezocht een maand lang Didymus de Blinde, bracht een bezoek aan de monniken van de Nitrische woestijn en vestigde zich uiteindelijk in 386 te Bethlehem, waar hij tot zijn dood als kluizenaar leefde. Hij hield zich daar 34 jaar bezig met de wetenschap en leidde bovendien een klooster. Tot de ascetische kring rondom hem behoorden ook adellijke dames als Marcella, Asella, Paula en haar dochter Eustochium. Met Paula’s steun werden er drie vrouwenkloosters en een mannenklooster gesticht, verder een kloosterschool waar hij over een grote bibliotheek kon beschikken.

Hiëronymus raakte verwikkeld in verschillende conflicten: met bisschop Johannes van Jeruzalem, met zijn jeugdvriend Rufinus, met Jovinianus (393), Vigilantius (404) en Pelagius (na 415). Hij was een lastig en prikkelbaar mens, die dikwijls hard en scherp in zijn polemiek kon zijn, maar daartegenover staat dat hij eerlijk was in zijn energieke vrijmoedigheid tegen misstanden en in zijn streven naar ascetische idealen. Onder de zogenoemde kerkvaders was hij, als filoloog en veelweter, zeker de meest geleerde. Zijn wetenschappelijk werk is van grote waarde omdat hij de kennis van de Grieken en Joden doorgaf aan het christelijke westen. In tegenstelling tot zijn tijdgenoot Augustinus was hij echter allerminst een speculatief theoloog.

Een belangrijke reden waarom de deuterocanonieke boeken in de Bijbel verworpen werden door Luther, was de opinie van Hiëronymus, die ze aanvankelijk verwierp op basis van het feit dat ze niet in de joodse canon voorkomen. Hiëronymus wijzigde echter zijn houding na de Afrikaanse concilies en verklaarde later dat hij nooit hun goddelijke inspiratie ontkende, maar enkel de bezwaren van de joden uitdrukte tegen de christenen.

bron: Wikipedia