Augustinus van Hippo, ook wel Sint-Augustinus genoemd, (Thagaste, 13 november 354 – Hippo, 28 augustus 430) was bisschop van Hippo, theoloog, filosoof en kerkvader.

Augustinus werd geboren en stierf in de toenmalige gekerstende West-Romeinse provincie Africa, tegenwoordig noordoost Algerijeen noord-Tunesië in de Aures-gebergten genoemd. Hij werd geboren in het provinciestadje Thagaste (het tegenwoordige Souk-Ahras) als zoon van Romeinse en Fenicische ouders. Hij identificeerde zich voornamelijk als een Feniciër, die Latijn sprak. Ook identificeerde hij zich met de oude Berbers. Zijn ouders waren de raadsheer Patricius en Monica, een vrome christelijke vrouw.

Zijn ouders hadden het financieel niet breed, maar trachtten desondanks hem de beste opvoeding van die tijd te geven. Augustinus genoot lager en voorbereidend hoger onderwijs in Thagaste en Madaura. Na de vroege dood van zijn vader liet moeder Monica (financieel gesteund door anderen) hem studeren. Tot verdriet van zijn moeder Monica leidde Augustinus tijdens zijn jonge jaren aanvankelijk een in christelijke ogen losbandig leven. Met 17 jaar begon Augustinus een relatie met een jong meisje. In 372 kregen ze een zoon, Adeodatus (“gegeven door God”). Augustinus vermeldde dit in zijn Belijdenissen (9, 6,14). Ze zouden 13 jaar samenleven.

In 375, op 21-jarige leeftijd, werd hij leraar in zijn geboorteplaats, en het jaar daarop vestigde hij zich in Carthago als leraar in de retorica. Vermoedelijk in 383 verhuisde hij naar Rome. Na kennismaking met het werk van de Romeinse filosoof Cicero besloot hij filosofie te studeren op zoek naar de waarheid, met name over een zuiver Godsbegrip in relatie tot de oorsprong van het kwaad. Aanvankelijk meende hij deze waarheid te vinden in het manicheïsme. Deze syncretistische (en na zijn bekering door Augustinus heftig als ketters bestreden) stroming ging uit van de rationele dualistische gedachte dat er naast God als het hoogste Goed een afzonderlijke entiteit Kwaad bestaat. Zodoende kon God de Schepper niet als oorsprong van het Kwaad en de zonde worden beschouwd (het probleem van de theodicee). Goed en Kwaad strijden als gelijkwaardige partijen tegen elkaar.

Vanaf 376 was Augustinus gedurende tien jaar lid van de gemeenschap van de manicheeërs. Onder invloed van de Griekse filosofie keerde hij zich af van het manicheïsme. In het neoplatonisme, met name bij Plotinus vond hij een beter antwoord op de vraag waar het kwaad vandaan komt. Het kwaad was, zo zag Augustinus het toen, een beroving van het goede; geen opzichzelfstaande entiteit, maar de verkeerdheid van de menselijke wil die zich van God heeft afgewend. Zijn bekering tot het christendom geschiedde niet op basis van rationele inzichten, maar door een persoonlijke crisis.

In 384 werd Augustinus tot rector aan het hof in Milaan benoemd. In Milaan hoorde Augustinus eens Ambrosius, de bisschop van Milaan, preken en raakte daardoor geboeid. Deze nam zijn intellectuele bezwaren tegen de Bijbel weg. Maar door het christelijk geloof in het hart geraakt werd hij pas later. Augustinus beschreef zijn bekering in zijn autobiografische Confessiones (Belijdenissen). In 386 bekeerde hij zich tot het christendom. Hij werd met Pasen in 387 door Ambrosius gedoopt. Hierna keerde hij terug naar zijn geboorteplaats in Africa, tijdens welke reis zijn moeder Monica in Ostia overleed.

Na zich in Thagaste een paar jaar in stilte met Bijbelstudie te hebben beziggehouden, werd Augustinus in 391 half tegen zijn wil tot priester gewijd en in 395 tot medebisschop (met het recht van opvolging van de bisschop van Hippo Regius). Van 396 tot zijn dood in 430 was hij bisschop van de Kerk van Hippo Regius. Ook in die functie bleef hij een sober kloosterleven leiden in zijn bisschoppelijke woning.

Als priester en bisschop werd Augustinus een gerenommeerd predikant. Er zijn bijna zeshonderd preken van hem overgeleverd, naar schatting 10% van het totale aantal preken dat hij heeft gehouden. Een deel van zijn predikend leven besteedde hij aan de bestrijding van de aanhangers van met name de andersdenkende (ketterse) stromingen van het manicheïsme, het donatisme en het pelagianisme, maar vooral was hij pastoraal bewogen en bezorgd om het welzijn van de mensen die aan zijn zorg als bisschop waren toevertrouwd.

Augustinus stierf in 430 in Hippo Regius (het tegenwoordige Annaba), waar hij van 396 tot zijn dood bisschop was, tijdens het beleg van en vlak voor de inname van Hippo door de Vandalen. Volgens de overlevering moedigde hij de bewoners van Hippo aan om zich te verzetten tegen de Vandalen, vooral omdat de Vandalen een ariaanse variant van het christendom aanhingen, die Augustinus als ketters beschouwde.

Wikipedia