Van 29 november 1932 tot 3 januari 1933 waren vijf kinderen uit Beauraing getuige van maar liefst 33 verschijningen van Onze-Lieve-Vrouw.

Na de aanvankelijke terughoudendheid en tegenstand, werd na afloop van een rigoureus onderzoek besloten dat de kinderen de waarheid spraken en besloot het bisdom om de Mariaverering toe te laten vanaf 1943, en erkent zij het bovennatuurlijke karakter van de feiten in 1949. De pelgrims stroomden echter al veel vroeger toe in Beauraing en maakten hun bedevaart naar de “Heilige Maagd met het Gouden Hart” onder de meiboom. Zo eren de bedevaarders het verzoek van Maria: “Dat men hier op bedevaart komt en bidt!”.

Ook werd een votiefkapel gebouwd (1947-1954, architect M. Claes) zoals zij verzocht had: de kapel is opgetrokken uit lokaal gehouwen steen, met opmerkelijke vormgeving zowel binnen als buiten en neemt een centrale plaats in ten opzichte van de andere heiligdommen, hier wordt namelijk dagelijks gebeden en de eucharistie gevierd en vindt ook het sacrament van de vergeving (biecht) plaats.

Het Heiligdom is stapsgewijs uitgebreid met onder meer enkele gebouwen in beton die getuigen van een uiterst verfijnd lijnenspel (1961-1968, architect R. Bastin). De omheining die rond de tuin der Verschijningen loopt, de crypte van Saint-Jean, de Rozenkranskerk waar plaats is voor 700 gelovigen en de Bovenkerk die ruimte biedt aan 5.000 bedevaarders.

De belangrijke data voor de heiligdommen zijn de hulde aan de kinderen die Maria het eerst zagen op 15 augustus, de wake en de internationale bedevaartsdagen van 21 tot 22 augustus, de diocesane samenkomst op de 1e zondag van oktober, en 29 november, namelijk de verjaardag van de verschijningen. Bedevaarders die de tocht al wandelend afleggen komen aan in Beauraing op de 1e zaterdagen (herdenkingsdag) en de 2e en 3e zondagen van elke maand.

bron: website heiligdom in Beauraing