Heilige Laurentius

De heilige martelaar Laurentius van Rome leefde in de derde eeuw in Rome tijdens de christenvervolgingen. Over zijn leven is nauwelijks iets bekend. Hij is ongeveer in het jaar 225 geboren in Huesca (Spanje) en oefende in Rome het ambt van diaken uit tot 10 augustus 258.

Het is bekend dat er in de derde eeuw in Rome 46 priesters waren, daarnaast zeven diakens en zeven subdiakens; daartegenover zijn er 1500 weduwen en noodlijdenden die moeten worden bijgestaan. De aartsdiaken Laurentius heeft naast de kerkelijk administratieve taken ook het beheer over de giften die binnenkomen voor die behoeftigen.

Een jaar voor Laurentius’ dood ontneemt keizer Valerianus I de christenen niet alleen het recht van vergadering, maar sluit hij hun godshuizen en verbiedt ze de eigen begraafplaatsen te gebruiken. In 258 draagt paus Sixtus II toch het H. Misoffer op in de catacomben van Pretextatus, hetgeen dus tegen de wet van de keizer ingaat. Sixtus wordt verraden en op 6 augustus samen met vier van de zeven diakens ter dood gebracht. Laurentius wordt wel gevangengenomen, maar niet meteen ter dood gebracht. Keizer Valerianus eist van hem dat hij eerst alle rijkdommen van de Kerk, de kostbare gouden en zilveren vaten en ook de heilige boeken die onder zijn hoede zijn gesteld, aan hem overhandigt. De keizer heeft namelijk veel geld nodig om het grote rijk te verdedigen tegen aanvallen van Germanen en andere vreemde volkeren, en ook de keizerlijke eredienst kost veel geld.

Omdat keizer Valerianus weet dat Laurentius als diaken weldoende is rondgegaan tussen de arme christenen, concludeert hij daaruit dat Laurentius veel geld en goederen tot zijn beschikking moet hebben. De keizer zet hem gevangen en eist veel geld. Als Laurentius verlof vraagt om het gevraagde op te halen, besteedt hij zijn tijd nuttig door alles wat er is aan de armen uit te delen. Als hij met lege handen, maar met een grote groep arme mensen terugkeert bij zijn rechters verklaart hij, wijzend op de stoet van mensen: “Zie daar de schatten van de Kerk.”

Omdat ze hem niet geloven, wordt hij gegeseld. Maar ook dat maakt hem niet loslippig. Dan wordt besloten hem op een rooster boven een vuur te folteren. Volgens een legende zou hij toen gezegd hebben: “Ik ben al gaar, keer mij om en eet me op.” Mogelijk is hij tijdens deze foltering gestorven, maar waarschijnlijker is het dat hij ten slotte onthoofd is. De relikwie van zijn hoofd dat nog los bewaard wordt, wijst daarop. De tempel van Antoninus en Faustina op het Forum Romanum is, ten tijde van de bloei van het christendom, als kerk toegewezen en naar hem vernoemd. In deze tempel is Laurentius vermoord.

Zijn naamdag wordt gevierd op de datum van zijn vermoedelijke sterfdag, 10 augustus.

Wikipedia