In het Belgisch federaal parlement hebben de vier meerderheidspartijen N-VA, CD&V, Open VLD en MR een akkoord bereikt over het indienen van een wetsvoorstel om abortus of vrijwillige zwangerschapsonderbreking uit het strafwetboek te halen. Dat meldt het persagentschap Belga.

Het wetsvoorstel heeft een symbolische waarde, want krachtens de wet op de zwangerschapsafbreking van 3 april 1990 werd abortus onder bepaalde voorwaarden sowieso al niet meer vervolgd. Nu wordt het dus uit het strafwetboek gehaald. Daar staat het tot nu toe nog altijd ingeschreven onder de titel Misdaden en wanbedrijven tegen de orde der familie en tegen de openbare zedelijkheid.

Medio juni brachten de Belgische bisschoppen nog een verklaring uit waarin zij waarschuwden voor de negatieve morele gevolgen van het niet langer strafbaar stellen van abortus.

Abortus blijft volgens het wetsvoorstel wel strafbaar na twaalf weken zwangerschap, zoals thans het geval is. Ook de verplichte bedenktermijn van zes dagen blijft. Die periode kan nu bij de twaalf weken worden gevoegd. Maar als er dringende medische redenen zijn, vervallen de zes dagen. Het wetsvoorstel vermeldt ook uitdrukkelijk dat een arts die weigert een abortus uit te voeren verplicht is om door te verwijzen naar een andere arts.

Ruim 28 jaar geleden leidde de goedkeuring van de abortuswet tot grote politieke consternatie. De wet was met een wisselmeerderheid goedgekeurd in Kamer en Senaat. Koning Boudewijn had echter gewetensbezwaren en weigerde de nieuwe wet te ondertekenen. “Daarom toverde toenmalig premier Wilfried Martens (CVP) een grondwettelijke truc uit zijn hoed: de koning werd voor korte tijd in de onmogelijkheid tot regeren verklaard, waarop de ministerraad zelf de wet bekrachtigde in naam van het Belgische volk”, schrijft de VRT.

KRO