Advocaat Erica Schruer verruilde haar toga voor een habijt

Erica Schruer was een drukbezet advocaat toen God haar riep in te treden in een van de strengste kloosters van Nederland. De overgang is groot. ‘God heeft een bijzondere bedoeling met ieder mens, dus ook met mij.’

Eigenlijk had ze nooit gedacht dat ze dit leven aan zou kunnen. Te eigengereid en allergisch voor mensen die zeggen hoe ze haar leven moet inrichten. Ze zegt vaak dat zij zichzelf nooit zou hebben toegelaten tot dit klooster. Erica Schruer (57) is deze ochtend om kwart over vijf opgestaan. Om zes uur heeft ze samen met haar zes medezusters in de kapel gebeden in het Latijn, precies zoals de constituties van de priorij Thabor in het Limburgse Sint Odiliënberg voorschrijven. Vervolgens heeft ze van vijf over zeven tot tien voor half acht ontbeten. Het dagschema is strak, bijna tot op de minuut uitgeschreven. Om 07.38 uur heeft ze de klok geluid voor de terts (het derde gebedsmoment van de dag) en de mis, die een kwartier na de terts begon in de basiliek die naast het klooster ligt. Na de mis was er nog een half uur meditatie en pas toen had ze tijd om even achter de computer te werken.

Toen ze net was ingetreden, dacht Erica Schruer vaak: ‘Een goede zaak mag een mensenoffer vragen’. Nu komt ze steeds meer tot de overtuiging dat het ook inderdaad zo is. “Tijdens de maaltijden wordt er bij ons nu voorgelezen uit de biografie van de Belgische pater Damiaan, die in de negentiende eeuw als missionaris naar Hawaï ging om onder melaatsen te gaan werken. Op een gegeven moment mocht hij het terrein niet meer af waar de melaatsen woonden en kreeg toen zelf lepra. Hij heeft altijd geweten dat dit erin zat. Pater Damiaan offerde alles wat hij had – zelfs zijn gezondheid – voor de goede zaak. Als mensen zulke dingen kunnen doen, valt wat ik moet doen nog wel mee.”

Ze is postulant, zeg maar op proef. Haar oude leven ligt als het ware nog om de hoek. De overgang is groot, zegt ze wel een paar keer. Van een drukke advocatenpraktijk in Rotterdam en werkweken van zeventig uur naar de beslotenheid van een klooster in Limburg. Hier bidden al eeuwenlang – met tussenpozen – de kanunnikessen van het Heilig Graf ‘tot eer aan God en heil van mensen’. Ze leven ‘in clausuur’, zoals dat in een bijna verdwenen taal heet, achter slot en grendel. De zusters mogen alleen om een dringende reden het klooster verlaten, na uitdrukkelijke toestemming van de overste.

De eerste dag was zwaar, weet ze nog. Ze was doodmoe van alle voorbereidingen voor haar intrede. “Je eet, voordat je definitief in clausuur gaat nog één keer met je familie. In mijn geval met mijn zus en mijn zwager. We deden maar zo gewoon mogelijk. Anders was het te erg. Ik weet niet eens meer wat we aten. Toen we klaar waren, is mijn familie vertrokken en ben ik naar de ingang van het klooster gegaan waar de zusters mij verwelkomden met een liturgische omhelzing. Ik kreeg mijn cel te zien. Daar stond gelukkig mijn eigen bed uit Rotterdam. Ik sloot de deur, en ben vervolgens in een diepe slaap gevallen. Mijn nieuwe leven was begonnen.”

Nederlandse katholieken kennen Erica Schruer vanwege haar conflict met kardinaal Eijk. Op haar befaamde weblog Observatrix uitte ze felle kritiek op het beleid van de aartsbisschop. Ook schoot zij haar oude vriendin Nelly Stienstra te hulp, toen Eijk haar als vrijwilliger uit haar parochie wilde zetten. De kardinaal diende mede namens de bisschoppenconferentie vervolgens in het jaar dat haar beide ouders overleden, een tuchtklacht bij de orde van advocaten tegen haar in. Hij werd in het ongelijk gesteld. Schruer was er toen mee klaar. “Allang weet ik, daar valt niets meer te winnen.”

Eigenlijk heeft het er altijd in gezeten dat ze in Sint Odiliënberg terecht zou gekomen. “In 1993 ben ik hier voor het eerst geweest. Ik voelde mij zeer aangetrokken tot de manier van leven in dit klooster en dan met name tot het koorgebed. Dit is naar mijn weten het enige vrouwenklooster in ons land waar dit in het Latijn gebeurt. Mijn leven was toen nog niet zo ingericht dat ik de verplichtingen die ik had, kon laten voor wat ze waren. Ik had een drukke praktijk. Ik deed aan schuldhulpverlening, maar had ook grote klanten als de Mediamarkt en Zilveren Kruis. Verder zorgde ik samen met mijn zus voor mijn ouders en later ook voor twee emeriti pastoors (Stam en Grondhuis). Ik heb altijd veel gebeden voor roepingen, maar u weet misschien: dat is een van de gevaarlijkste gebeden die er zijn. Want op een keer klonk het in mijn hoofd: ‘Wat ben je zelf eigenlijk van plan?'”

Haar verlangen om in te treden leed zo een tijd lang een sluimerend bestaan. Veel mensen om haar heen vonden het eigenlijk maar een slecht idee als ze voor het kloosterleven zou kiezen. Haar zus zei destijds dat ze, als ze de stap toch zou wagen, Erica onder curatele zou laten stellen. Af en toe gebeurde er dan iets bijzonders waardoor haar roeping weer in het volle daglicht kwam. Zelf noemt ze dat breaking moments. Zo kreeg ze in de zomer van 2013 een hartaanval. “Terwijl ze in het ziekenhuis in Breda bezig waren stents aan te brengen, ben ik heel kort dood gebleven. Ik zag mijzelf liggen, ik zag mijn bril op het tafeltje liggen en ik was tegelijkertijd in het eeuwige licht, zal ik maar zeggen. Ik was bij Christus. In mij welden de woorden op : ‘Ik ben een prutser’. En toen hoorde ik in mijn hoofd Christus zeggen: ‘Ik ben barmhartig’. Mijn wereld thuis kon ik toen niet in de steek laten, maar na deze gebeurtenis dacht ik wel: ik moet wat goeds doen met mijn leven.”

In de zomer van 2016 was het zover. Toen overleed tot haar groot verdriet pastoor Grondhuis, de laatste persoon voor wie ze zorgde. De weg was vrij. “Ik wist toen pas zeker dat het Gods bedoeling was dat ik hierheen zou verhuizen.” In november van datzelfde jaar vroeg ze aan de overste van de priorij of ze een jaar later kon intreden. “Ik dacht: dat is in ieder geval nog ver weg en dan heb ik een jaar om mijn oude leven af te bouwen.” Er moesten zo’n driehonderd dossiers uit haar advocatenpraktijk worden overgedragen. Dat duurde maanden. Sommige cliënten weten de weg naar het klooster te vinden voor goede raad.

Acht maanden zit ze nu in de priorij. Zelf noemt ze het een droom die is uitgekomen: God hier op deze bijzondere plek dag in dag uit dienen en alles doen om het klooster en daarmee ook de liturgie in het Latijn in stand te houden. “Mijn nieuwe leven slijpt er wel in, al kost het tijd.” En natuurlijk blijven er twijfels. “Maar die vallen in het niet bij de momenten waarop ik weet dat het de juiste keuze is. Als we samen de getijden bidden bijvoorbeeld. Toen ik dit voorjaar hier de liturgie van de veertigdagentijd en Pasen had meegemaakt, wist ik zeker dat ik wilde blijven. Ik heb nog nooit zo het Paasfeest gevierd als hier. Ik voel mij bevestigd dat ik hier op mijn plaats ben. Al ben ik elke dag minstens nog vijf keer boos.”

En als het even niet ziet zitten, luistert ze naar die ene cantate van Bach, BWV 100 die ze haar hele leven al op moeilijke momenten beluistert. ‘Was Gott tut, das ist wohlgetan, er is mein Licht, mein Leben, der mich nichts Bösen gonnen kann, ich will mich ihm ergeben in Freud und Leid!’ Als ze de tekst hardop voorleest, ontroert die haar opnieuw. “Er is een gebed van de Engelse kardinaal Newman waarin hij zegt ‘God heeft een bijzondere bedoeling met mij’. Dat bid ik vaak.”

Schruer laat het kerkhof zien dat tussen het klooster en de basiliek in ligt. “Daar wil ik begraven worden”, zegt ze en wijst op de graven van de zusters die haar voorgingen in de dood. Als alles goed gaat krijgt ze in november, als ze hier een jaar zit, een kloosternaam en wordt ze ‘ingekleed’. Na een aantal jaren volgen dan de eeuwige geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Het lijkt af en toe alsof haar leven dat tot acht maanden geleden gewoon was, ver weg is. Al is ze namens het klooster zeer actief op internet en heeft ze in het klooster een juridisch spreekuur geopend voor mensen uit de omgeving. Haar geliefde Rotterdam is er nog, 169 kilometer verderop, maar lijkt inmiddels bijna onbereikbaar.

“Ik mis Feyenoord ook. Op zondag kan ik niet meer naar de voetbalsamenvattingen kijken. Dat past niet in ons schema. Ook de wedstrijden op de radio volgen, lukt daarom niet meer. Wel luister ik naar de podcast van de supportersvereniging van Feyenoord. Dan heb ik nog een beetje het Rotterdam-gevoel.

“Er is altijd veel voor mij gebeden en nu ook nog. Dat ik het goede zou doen, ook al is het niet makkelijk. En zie: uiteindelijk heeft God mij de kracht gegeven dit te doen.”

Trouw