Wie bij een niet nader te noemen warenhuis zoekt naar kinderkleding voor zijn zoon of dochter moet tegenwoordig goed zoeken. Aparte afdelingen of duidelijke labeling voor zoons en voor dochters zijn daar tegenwoordig uit den boze. Stel je voor dat je gewone mensen met een paar duidelijke termen vertelt waar ze het juiste kledingstuk kunnen vinden.

Is het een maatschappelijk breed gevoelde en gedragen wens om de begrippen man en vrouw te vervagen? Bepaald niet. Het overgrote deel van de nuchtere Nederlanders verzet zich expliciet of impliciet tegen dergelijke plannen of ziet ze als gendergekte. Wie alleen maar even zijn oor te luisteren legt bij gewone burgers merkt hoe lachwekkend men de discussie over het ‘geachte reizigers’ bij de NS en de hype van de genderneutrale toiletten vindt.

Als je zulke kleine veranderingen op zichzelf bekijkt, lijken het vrij onschuldige zaken. Maar als je wat dieper spit, zie je dat het het topje van de ijsberg is. Achter al deze plannetjes en hypes zit een ideologie. Een ideologie die beoogt dat de begrippen man en vrouw zoveel mogelijk te vervagen. In de termen van de indieners ‘met als richtlijn het uitgangspunt dat het begrip geslacht dient te worden beschouwd als een continuüm waarbinnen een ieder – vrouw/man en iets daarnaast, tussenin of tegenover – een zelfde mate van bescherming tegen discriminatie geniet.’ (nr. 5, blz. 5)

Feitelijk is het verzet tegen de biologische werkelijkheid en het natuurlijke gegeven dat er mannen en vrouwen zijn. Twee geslachten – die samen een onderdeel zijn van de prachtige orde die God, onze Schepper, in de natuur gelegd heeft.

De SGP wil dit uitgangspunt voluit handhaven en keert zich dan ook tegen een verregaande relativering van het duidelijke onderscheid tussen mannen en vrouwen.

Betekent dat dat je ontkent dat er mensen zijn die zich niet herkennen in man- of vrouw zijn? Nee, natuurlijk niet – die mensen zijn er. En we realiseren ons ook dat dit gepaard kan gaan met onzekerheid en pijn. Maar de overheid heeft niet als taak om op basis van bepaalde uitzonderingen inbreuk te maken op de natuurlijke hoofdregel. De hoofdregel van het man- en vrouw zijn.

Toegevoegd wordt: ‘Onder onderscheid op grond van geslacht wordt mede verstaan onderscheid op grond van geslachtskenmerken, genderidentiteit en genderexpressie.’ Kortom: uitgangspunt is dat ‘ieder moet zichtbaar zichzelf kunnen zijn’.

Dit uitgangspunt roept de vraag op of er niet altijd ergens een grens is tussen wat wel en niet toelaatbaar is. Vinden de indieners dat dit uitgangspunt ook moet gelden voor iemand die een polyamoreuze relatie heeft, polygaam leeft of een pedoseksuele relatie nastreeft?

Vinden de initiatiefnemers letterlijk elk individueel gevoel rond identiteit toelaatbaar of stellen zij ook ergens grenzen?

Moet elk individueel – soms wisselend – gevoel dat mensen hebben door de overheid worden gelegitimeerd?

Er zijn binnen de doelgroepen die het wetsvoorstel bestrijkt overigens ook veel mensen die juist ervoor vechten om erkend te worden als man of vrouw. Ook het overgrote deel van de bevolking wil graag als man of vrouw aangesproken worden. Kunnen de indieners erop ingaan wat dit voorstel betekent voor al die mensen die juist graag aangesproken worden op zijn man- of vrouw zijn?

De ondertitel van het wetsvoorstel en de tekst ervan lopen uiteen. De ondertitel stelt dat het gaat om de verduidelijking van de rechtspositie van transgenders en intersekse personen… Daarmee worden andere groepen weer buitengesloten. Want wat is dan de precieze betekenis voor de door de indieners genoemde groepen als ‘androgyne personen, a-gender personen, genderqueer personen, genderfluid personen, polygender personen, transgenderisten en cross dressers’ (nr. 6, blz. 13)?

Het wetsvoorstel spreekt over ‘geslachtskenmerken, genderidentiteit en genderexpressie’.

Wie om toelichting vraagt op de precieze betekenis krijgt steeds vergelijkbare termen te horen als ‘het biologisch geslacht wordt immers bepaald door meerder factoren zoals hormonen, anatomie en chromosomen’. Maar wat die drie wettelijke begrippen nu precies betekenen, wordt niet echt helder. De vage begripsaanduidingen zorgen ervoor dat niet duidelijk is wie en wat het wetsvoorstel nu precies beschermt. De rechtszekerheid die wordt beloofd blijkt dus feitelijk vaagheid en onduidelijkheid. Dat geldt zowel voor de betrokken personen áls voor degenen die aangesproken kunnen worden op naleving van de wet. Dat is zeer ongewenst.

De Raad van State zegt ook reeds dat het wetsvoorstel juridisch onnodig is en niet past in de wetssystematiek van de Awgb. Dat wordt nog versterkt door de stelling van de indieners geen materiële wetswijziging beogen, maar uitsluitend een verduidelijking. De wet is dus niet alleen onduidelijk, maar ook slechts symboolwetgeving.

Maar vervolgens is bij andere wetten die ook over mannen en vrouwen gaan niet duidelijk of het dan nu ook moet gelden voor andere groepen dan mannen en vrouwen. Concreet voorbeeld in hetzelfde artikel 2 AWGB: positieve discriminatie van vrouwen. Mag dat dan nog wel? Moeten de indieners niet consequent zijn en zeggen dat dit discriminerend is? Wie niet meer wil spreken over ‘mannen’ en ‘vrouwen’, moet dan bijvoorbeeld ook geen voorkeursbeleid voor vrouwen in de top van het bedrijfsleven meer willen etc. Want dat veronderstelt dat er tóch weer twee categorieën zijn. Naast onduidelijk en symbolisch is het wetsvoorstel dus ook verwarrend.

Ook willen de indieners de wet als een voorlichtingsbrochure zien: het is erop gericht om ‘discriminatie meer zichtbaar uit te dragen.’ (nr. 6, blz. 1) Dus ook vanuit dit wetssystematisch oogpunt ziet de SGP geen meerwaarde in het voorstel. Juist een algemene wet zoals de AWGB moet niet bij elk te beschermen belang nog eens allerlei deelbelangen of modetermen invoegen.

We zien uit naar de beantwoording van onze vragen door de indieners.

website SGP