Heilige Norbertus

Norbertus (van Xanten) (1080 – 6 juni 1134) was een rooms-katholieke bisschop en stichter van de Orde der Premonstratenzers.

Hij was een zoon van Heribert, heer van Gennep. Hij kreeg zijn opleiding bij aartsbisschop Frederik I van Keulen. Daarna is hij enige tijd als kanunnik verbonden geweest aan de Sint-Victorkerk te Xanten. Vervolgens werd hij aalmoezenier aan het hof van keizer Hendrik V. Toen Norbertus begin dertig was, reed hij op een mooi, zonnige dag in het voorjaar door het open veld. Plotseling betrok de lucht en kwam er een zwaar onweer opzetten. Een bliksemschicht sloeg vlak voor de voeten van zijn paard in. Het beest steigerde en wierp Norbertus op de grond. Versuft bleef hij een tijdje liggen. Daarop vroeg hij zich – als een tweede Paulus – hardop af: “Heer wat moet ik doen?” “Wend je af van het kwade en doe alleen nog het goede. Zoek rust en vrede”, sprak een stem uit de hemel. In 1114 ging hij naar de benedictijnenabdij van Siegburg, waar hij in 1115 door de aartsbisschop van Keulen tot priester werd gewijd. Daarna keerde hij terug naar Xanten, waar hij zich bleef inzetten voor het strikt nakomen van de kloostergeloften, waaronder die van de armoede. Men vond hem schijnheilig, aangezien hijzelf van rijke komaf was. Daarop gaf hij zijn bezittingen aan de armen en ging naar Frankrijk, waar hij enkele jaren rondzwierf als zwervende prediker. Daar kwam hij in contact met de bisschop van Laon, die hem grond schonk voor de bouw van een klooster.

Een legende vertelt hoe Norbertus bij een bezoek aan Kloossterrade (tegenwoordig Rolduc) de heilige Mis opdroeg. Na de consecratie viel er een spin in de kelk. Norbertus meende dat de spin giftig was, maar uit eerbied nuttigde hij de wijn mét de spin. Niet alleen werd hij niet gedeerd, maar na de mis kwam de spin door zijn neus naar buiten. Hij nam het beestje in zijn hand en zette het vervolgens op de grond.

Op aandringen van paus Calixtus II vestigde hij zich in 1120 met zijn volgelingen in het Franse Prémontré, 10 km ten westen van Laon. Daar legde hij de grondslag van de orde der premonstratenzers, ook norbertijnen of witheren genaamd. Hij besloot de kloosterregel van Augustinus als uitgangspunt voor hun religieus bestaan te nemen. De abdij van Prémontré vormt samen met de Abdij van Floreffe en de Abdij van Sint Maarten in Laon de basis van de door Norbert gestichte orde. Volgens de overlevering is de altaarsteen in het hoogaltaar van de voormalige abdijkerk de steen waarop Norbertus in 1121 de Eucharistie heeft gevierd.

In 1124 werd hij naar Antwerpen gezonden om het tanchelisme te bestrijden. Hij verving het seculier kapittel van de Sint-Michielsabdij aldaar, dat nog van Chrodegang dateerde, door een regulier kapittel.

In 1126 werd hij tot aartsbisschop van Maagdenburg aangesteld. Hugo van Fosses volgt hem op als abt van Prémontré. Hij overleed op 6 juni 1134 in Maagdenburg, waar zijn lichaam werd bijgezet in de OLV Kerk. In de reliekenschat van Sint-Catharinadal in Oosterhout wordt zijn lijkwade (Brandeum) bewaard.
 
Hij werd in 1582 door paus Gregorius XIII heilig verklaard (naamdag 6 juni). Naar aanleiding van de Dertigjarige Oorlog brachten de norbertijnen zijn relieken in 1627 over naar de Strahovabdij in Praag, omdat ze bang waren dat de protestanten de relieken zouden vernietigen.

In de beeldende kunst wordt hij voorgesteld als bisschop (met mijter), in het gewaad van de premonstratenzers (wit habijt) of triomferend over de ketter Tanchelm. De attributen miskelk en monstrans dateren uit de tijd van de Contrareformatie.

Norbert wordt samen met Bernard van Clairvaux ook als tijdgenoot en tegenstander van Petrus Abaelardus genoemd.

Wikipedia