Jeanne d’Arc, Rouen, Frankrijk; mystica; † 1431.

Zij werd geboren op 6 januari 1412 in het Franse plaatsje Domrémy (thans Domrémy-la-Pucelle, Lotharingen). De naam Domrémy is een verbastering van Dom (= Dominus: latijn voor ‘Heer’) en Rémy (= Remigius, de patroonheilige van het gebied rond Reims).

Zij was herderinnetje in de tijd dat Frankrijk door de Engelsen bezet werd gehouden. Op zeventien-jarige leeftijd hoorde zij stemmen. Zelf meende zij, dat ze van engelen afkomstig waren, maar de stemmen maakten zich bekend als Sint Margaretha van Antiochië en Sint Catharina van Alexandrië. Deze beide heilige vrouwen gaven haar de opdracht om als zieneres Frankrijk te bevrijden. Daartoe moest ze contact opnemen met de kroonprins van Frankrijk, Karel VII, en hem ertoe aansporen de Franse troon in bezit te nemen. Daar had hij recht op.

Daarop vroeg zij audiëntie aan bij Karel en liet hem weten, dat de tijd rijp was om met Gods hulp de Engelsen uit Frankrijk te verdrijven. Aangestoken door Jeanne’s enthousiasme en innerlijke kracht, besloot hij inderdaad tegen de Engelsen ten strijde trekken. Jeanne stond erop om mee te vechten; zodoende werd zij zoiets zeldzaams als een vrouwelijke ridder. Vanaf dat moment week zij niet meer van Karels zijde.

Op 8 mei 1429 sloeg het Franse leger onder aanvoering van Jeanne het beleg voor de stad Orléans; op 18 juni werd bij Patay, in het Loiregebied, aan de Engelsen een vernietigende slag toegebracht. Volgens zeggen sneuvelen er 2000 Engelsen tegen 3 Fransen.

Jeanne was in één klap de nationale heldin van Frankrijk. Sindsdien kreeg zij de eretitel ‘De Maagd van Orléans’ (La Pucelle d’Orléans). Zij wist de koning ervan te overtuigen, dat hij nu onmiddellijk de stad Troyes moest belegeren: “Over drie dagen laat ik u die stad binnentrekken, door middel van liefde, kracht, of moed.” Inderdaad trok Karel op 10 juli als overwinnaar de stad Troyes binnen. De machthebbers kwamen hem de sleutels van de stad overhandigen. Op 17 juli van datzelfde jaar werd Karel in aanwezigheid van Jeanne in de kathedraal van Reims officieel door kerkelijke en wereldlijke machthebbers tot koning van Frankrijk gekroond.

Jeanne deelde in de glorie van de overwinning en werd beschouwd als een nieuwe Judith, de vrouw uit de geschiedenis van Israël, die ook de machtige vijand – letterlijk – een kopje kleiner maakte.

Op 8 september 1429 leidde zij het beleg van Parijs. Er is een brief van haar hand bewaard van 9 november, waarin zij de inwoners van Riom om wapens en andere middelen vroeg om het nabijgelegen Charité-sur-Loire te kunnen belegeren.

Maar op 24 mei 1430 werd zij nabij Compiègne door Bourgondiërs gevangen genomen, aan de Engelsen uitgeleverd en door hen stevig achter slot en grendel geplaatst. Op grond van valse beschuldigingen werd zij door een tribunaal van Engelse kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders als ketter ter dood veroordeeld. Op 30 mei 1431 stierf zij op de brandstapel in Rouen op de huidige Place du Vieux-Marché, door haar vroegere Franse collega’s volkomen in de steek gelaten; veroordeeld als ketter, maar eigenlijk om haar strijd tegen de Engelsen; belachelijk gemaakt en gewantrouwd om de stemmen die haar tot alles zouden hebben aangezet.

Op 7 november 1455 gaf paus Calixtus III opdracht haar zaak opnieuw te onderzoeken. Hij wilde weten wat er waar was van de hardnekkige geruchten, dat Jeanne een heilige was. Jeanne’s moeder, Isabelle Romée, kwam met haar twee zoons naar de Notre Dame te Parijs om getuigenis af te leggen en eerherstel voor haar dochter af te smeken. Mede daardoor werd een jaar later door paus Calixtus het kerkelijk vonnis over haar herroepen. Posthuum werd zij in ere hersteld.

Haar heiligverklaring volgde op 16 mei 1920 onder paus Benedictus XV. Dat is opmerkelijk aangezien zij tot oorlogen heeft aangespoord. Maar het is dan ook niet om haar militaire en politieke activiteiten dat zij te boek staat als heilige, maar om het feit, dat zij als mystiek begaafde vrouw gehoor gaf aan hemelse stemmen.

Zij is patrones van Frankrijk (sinds 1922); van de steden Orléans en Rouen; van soldaten en van vrouwen in nood. Daarnaast is zij patrones van de radio en de telegrafie (vanwege de stemmen die ze hoorde). Haar voorspraak wordt ingeroepen in momenten van angst om vrees te overwinnen.

Zij wordt afgebeeld als jonge vrouw; nu eens gekleed in mannenkleren, dan weer in militair tenue (met harnas, lans of zwaard; draagt zij een helm, dan met open vizier); te paard; met visioenen; op de brandstapel.

Zij leeft voort in de wereldliteratuur; Schiller beschreef haar leven idealistisch, Bernard Shaw ironisch, Brecht als exponent van de klassenstrijd en Charles Péguy als een heilig mysterie. In het begin van de dertiger jaren maakte de Deense cineast Carl Dreyer een film over haar, die beroemd is geworden, omdat daarin voor het eerst gebruikt wordt gemaakt van de close-up. De Zwitserse componist Arthur Honegger componeerde het zangspel ‘Jeanne d’Arc au Bûcher’. Georges Rouault schiderde ‘Onze Jeanne’ als een heilige die te paard naar de hemel opkijkt.

heiligen.net