Bernadette (kloosternaam Marie-Bernard) Soubirous, Nevers, Frankrijk; maagd, kloosterlinge & mystica; † 1879.

Zij werd in 1844 geboren in een arm molenaarsgezin. Naar school ging ze niet; dat kwam er niet van. Bovendien leed ze aan astma.

Op 11 februari van het jaar 1858 – ze was dus veertien jaar oud – was ze samen met haar zusje en een vriendinnetje bezig hout te sprokkelen, toen haar in een grot van de berg Massabielle bij Lourdes (Zuid-Frankrijk) een Vrouwe verscheen. Ze stond rechtop in een uitholling van de rots, was gekleed in een lang wit gewaad met een blauwe ceintuur om haar middel en een witte sluier op het hoofd; zij had een gouden roos op haar blote voeten, en ze leek op een jonge vrouw van zo’n zestien, zeventien jaar oud. De andere twee die erbij waren, zagen wel, hoe Bernadette iemand meende te zien en er mee sprak, maar zelf namen ze niets bijzonders waar.

Tussen 11 februari en 16 juli liet de verschijning zich achttien keer zien. Zij vroeg om te bidden voor de bekering van de zondaars; zij drukte Bernadette op het hart dat men berouw moest hebben en boete doen; en zij wilde graag een kapelletje op de plaats van haar verschijning. “Ik beloof je gelukkig te maken, voegde zij eraan toe, niet in deze wereld, maar in de toekomende wereld.” Op 25 maart durfde Bernadette de Vrouwe te vragen, hoe zij eigenlijk heette. Daarop antwoordde de verschijning: “Ik ben ‘de Onbevlekte Ontvangenis’.

Een van de volgende keren gaf zij te kennen, dat Bernadette in de grond moest graven. Er ontsprong een bron. Vanaf dat moment vloeide er water in overvloed tot op de huidige dag.

In 1866 trad zij in bij de Soeurs de la Charité van Nevers, die een huis hadden in Lourdes. Zij leerden haar lezen en schrijven, droegen zorg voor haar religieuze vorming en gaven haar eenvoudige werkjes te doen, zoals het schrappen van worteltjes in dienst van de keukenzuster. Op 22-jarige leeftijd deed zij haar gelofte, kreeg als kloosternaam Soeur Marie-Bernard en werd overgeplaatst naar het moederhuis van de Congregatie in Nevers. Daar leefde zij nog dertien jaar. Net als zij zelf waren de meeste medezusters van eenvoudige komaf. Ook de oversten. Dezen meenden er goed aan te doen bijzonder streng tegenover haar te zijn. Waarschijnlijk omdat zij vreesden, dat zij anders verwaand zou worden. Ook temidden van de andere zusters was zij vaak het middelpunt van pesterijtjes. Daar kwam bij dat haar lichamelijke gezondheid steeds meer achteruit ging. Zij probeerde dat alles welgemoed te verdragen. Na een slepende ziekte overleed zij, vijf-en-dertig jaar oud. Volgens omstanders waren haar laatste verzuchtingen: “Heilige Maria, moeder van God, bid voor mij, arme zondares, arme zondares…”

Haar lichaam is nog altijd niet vergaan en rust volkomen gaaf in de kapel bij de zusters van St.-Gildard te Nevers. In 1933 werdzij officieel heilig verklaard.

Sinds de verschijningen aan Bernadette is Lourdes de beroemdste en drukstbezochte Maria-bedevaartplaats van de wereld geworden. Het kapelletje waar Maria om had gevraagd, is intussen een gigantische kerk geworden van drie verdiepingen. Tot op de dag van vandaag trekken er elke dag duizenden pelgrims naar de geneeskrachtige bron en langs de heilige plaatsen. Onder hen zijn vele zieken. Zelden vinden zij er genezing naar het lichaam. Tot nu toe zijn er 60 wonderbaarlijke genezingen kerkelijk erkend. Maar bijna altijd keren ze door de gezamenlijke ervaring van geloof en vertrouwen, bemoedigd en gesterkt terug. Vele bedevaartgangers nemen een hoeveelheid Lourdeswater mee voor thuis, als dierbare herinnering en ter ondersteuning van hun gebeds- en geloofsleven.

heiligen.net