In zijn jongste pauselijke schrijven roept Franciscus gelovigen op om een heilig leven te leiden. Wat een heilig leven is? Voor alles: er zijn voor de ander, in het voetspoor van Jezus. Het gaat hem dus om het leven van de getuige en niet alleen maar om de getuigenis.

Net als bij zijn vorige zogenoemde apostolische exhortaties koos de paus ook dit keer voor een titel waar de blijdschap vanaf spat: Gaudate et Exsultate staat er bovenaan het vandaag verschenen document van 47 pagina’s – Verheug je en juich. En opnieuw blijkt: voor deze paus komt het leven vóór de leer.

“Nadruk leggen op barmhartigheid in het leven zit er bij deze paus heel erg in, dat wisten we natuurlijk al”, zegt Paul van Geest, hoogleraar kerkgeschiedenis aan Tilburg University. “Maar de wijze waarop hij daar nu woorden aan geeft, is erg fraai. Hij schetst eigenlijk drie basisprincipes voor een heilig leven: volharding, nederigheid, zachtmoedigheid. Dat eerste is een boodschap aan christenen in benarde posities, het tweede is oproep aan zelfvoldane christenen in het rijke westen en het derde geldt voor iedereen. En bovenop dat alles zegt hij: bezie het leven ook met de nodige humor en relativeer je voor- en tegenspoed.”

Een heilig leven is voor iedereen weggelegd, zegt Franciscus. Je hoeft er zelf niet heilig voor te zijn. Het enige dat je hoeft te doen is, te beseffen dat veel in je leven vanuit genade en liefde gegeven is; en van daaruit een leven vol liefde voor de ander leiden.

Een fiks deel van zijn verhandeling besteedt de paus aan de bespreking van twee in zijn ogen ketterse stromingen die een heilig leven in de weg kunnen zitten. Voor die tekst heeft Franciscus geput uit een recente brief van de congregatie voor de geloofsleer van het Vaticaan. “Dat is een hele slimme zet”, zegt Van Geest. “Want bij die congregatie gaat het natuurlijk wel degelijk om de leer. Door die recente tekst te omarmen zegt de paus: zeker, de leer acht ik van groot belang. Daarmee komt hij critici tegemoet die vinden dat hij niet orthodox genoeg zou zijn of met de leer een loopje neemt.”

In exhortaties van vorige pausen stond doorgaans veel meer de uitleg van de rooms-katholieke leer centraal. Van Geest: “Maar het gaat deze paus om het leven. Hoe word je heilig in het leven? Dat is een heel ander perspectief.”

Op tweederde van de tekst – je zou er zo overheen lezen – plaatst Franciscus zijn pauselijk spreken bovendien in een nogal relativerende context. Hij citeert een paar oudtestamentische Bijbelteksten over de omgang met vreemdelingen. En zegt dan vervolgens: ‘Dit komt niet zomaar van een of andere paus, of uit een tijdelijke rage.’ Van Geest: “Daarmee plaatst hij de Bijbel onomwonden boven zijn eigen spreken, en relativeert hij de waarde van pauselijke woorden, die hij bovendien ook nog eens, merkwaardigerwijs in één adem noemt met een ‘tijdelijke rage’.”

Trouw