Clemens Maria Hofbauer cssr, Wenen, Oostenrijk; religieus & priester; † 1820.

Hij wordt op 26 december 1751 als Jan Dvorák geboren in de Tsjechische plaats Tasswitz (nu: Tasovice, bij Znojmo). Zijn vader is Tsjech – hij had zijn naam verduitst tot Hofbauer; zijn moeder Duitse. Als hij zes is, sterft zijn vader. Nu is hij van 1767 tot 1779 achtereenvolgens bakkersleerling en bakkersknecht, eerst in Znojmo en vervolgens in de plaatselijke premonstratenzer abdij Klosterbruck. Omdat er ten gevolge van de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) en de nasleep ervan aan alles gebrek is, trekt hij zich als kluizenaar terug in Tivoli, in de buurt van Rome. Niet lang daarna komen we hem tegen als bakker in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen.

Het zijn drie adellijke dames die het mogelijk maken dat hij zijn droom kan volgen: hij gaat studeren op de Latijnse school van abdij Klosterbruck. Geld voor een vervolgstudie aan de universiteit is er niet. Weer trekt hij zich als kluizenaar terug in Tivoli; daar neemt hij de naam Clemens-Maria aan. Tijdens een catechistencursus in Wenen vindt hij weldoeners die het hem mogelijk maken alsnog in Wenen van 1780-1784 theologie te gaan studeren. Maar in die tijd werd het theologisch bedrijf ernstig beïnvloed door de geest van de Verlichting die het menselijk verstand tot laatste norm van alle kennen en weten maakte. In Oostenrijk kwam daar nog eens het Josefinisme bij.

Clemens-Maria verhuist naar Rome om daar zijn theologie te voltooien en treedt tezamen met zijn beste vriend in bij de vijftig jaar eerder opgerichte Congregatie der Redemptoristen.
Daarmee zijn zij de eerste twee Duitstalige leden van deze congregatie. Een jaar later ontvangt hij de priesterwijding. Van 1787 tot 1808 is hij verbonden aan de St-Bennokerk te Warschaw. Hij begint er een armenopvang, een weeshuis, een Latijnse school en draagt zorg voor de theologische vorming van kloosterlingen. Elke dag verzorgt hij een gebedsdienst met uitvoerige preek; ’s zondags houdt hij de kerk open van ’s morgens vijf tot ’s avonds laat; onafgebroken zijn er diensten en preken. Intussen probeert hij redemptoristenvestigingen van de grond te krijgen in Zuid-Duitsland en Zwitserland. Tevergeefs.

In 1808 heeft Napoleon († 1815) de St-Bennocommuniteit op. De veertig (!) paters worden het land uitgezet. Clemens-Maria gaat terug naar Wenen, en werkt er als biechtvader voor de zusters Ursulinen. Intussen heeft hij aandacht voor de zieken in ziekenhuizen en doet hij aan huisbezoek. Op dat moment iets volkomen nieuws! Opnieuw heeft hij veel last van het Josefinisme en van de moderne geest. De politie houdt hem in de gaten, maar hij wordt beschermd door zijn bisschop. Onderzoekers menen dat hij uiteindelijk degene is die vanaf de kansel en vanuit de biechtstoel het Josefinisme heeft overwonnen.

Hij verzamelt invloedrijke mensen om zich heen tot de zogeheten Hofbauerkreis: Romantische kunstenaars als Friedrich Schlegel(† 1845), Clemens Brentano († 1842), en Josef von Eichendorff († 1857); ook hervormingsgezinde bisschoppen sluiten zich bij hem aan. Hij wordt persoonlijk raadsman van de pauselijke nuntiussen en van kroonprins Ludwig. Langs die weg werkt zijn invloed zelfs door op het beroemde Wiener Congres van 1814-1815. Hij sterft op 15 maart 1820, juist de dag dat zijn bemoeienissen worden bekroond met de officiële toelating van de Redemptoristen in Oostenrijk.

Verering & Cultuur
Aanvankelijk ligt hij begraven op het kerkhof waar vele Romantici hun laatste rustplaats hebben gevonden. In 1862 wordt zijn lichaam in Wenen overgebracht naar de kerk van Maria-im-Gestade. Daar geniet het verering tot op de huidige dag.
Als ‘De apostel van Wenen’. Hij wordt heilig verklaard in 1909.

Patronaten
Hij is patroon van Wenen en van het Tsjechische bisdom Brno; van bakkers; van gezellenverenigingen (sinds 1913) en vooral van hopeloze zaken (de verbreiding van het katholicisme in Oostenrijk leek door de invloed van het Josefinisme en de geest van de Verlichting een vrij hopeloze zaak).

heiligen.net