Heilige Johannes de Deo

Johannes de Deo, (ook van God), Granada, Spanje; stichter & verpleger; † 1550.

Op zijn achtste jaar liep hij weg van huis, omdat hij iets van de wereld wilde zien. Hij verhuurde zich als geitenhoeder en werd soldaat. Ten hij na lange jaren weer thuis kwam, hoorde hij dat zijn moeder uit verdriet om hem gestorven was en dat zijn vader toen was ingetreden bij de franciscanen; ook hij was intussen gestorven. Sindsdien werd hij verteerd van wroeging en zocht rust voor zijn geweten. Hij trok naar Marokko om zich daar het lot van christenslaven te verzachten, en dreef vervolgens een religieus boekhandeltje in Gibraltar. Intussen was hij veertig geworden, toen hij door een preek van Johannes van Avila († 1569; feest 10 mei) zo werd geraakt, dat hij besloot zich uit liefde tot God te gaan bezighouden met de verpleging van zieken en hulpbehoevenden. Hij vestigde zich in Granada en was zo fanatiek in het naleven van zijn idealen dat hij door de burgerbevolking de bijnaan kreeg van ‘de gek’. Dat veranderde toen hij eens op zijn eentje alle zieken één voor één op zijn schouders uit een brandend hospitaal haalde. Stilaan kreeg hij medehelpers; daaruit groeide een Congregatie die zich inzette voor de zieken: de Congregatie van de Barmhartige Broeders. Hij stierf aan de gevolgen van een ernstige verkoudheid, die hij had opgelopen, toen hij een jongetje was nagesprongen, dat in de snelstromende rivier was gevallen en dreigde te verdrinken.

Hij werd in 1690 heilig verklaard.

heiligen.net