Antonius werd geboren als kind van rijke ouders. Toen Antonius twintig jaar was, stierven zijn ouders. Hij gaf alle bezittingen aan de armen en trok zich in eenzaamheid in de woestijn terug. Later voegden andere christenen zich bij hem en vormden een van de eerste gemeenschappen van monniken in zijn klooster van Sint-Antonius in de Oostelijke Woestijn van Egypte.

Hij was de eerste monnik die vele volgelingen kreeg en staat daarom bekend als de vader van het kloosterleven.

Hij stierf op 105-jarige leeftijd en werd volgens zijn eigen instructies in een geheim graf begraven om te voorkomen dat zijn graf een plaats van verering zou worden. Al snel na zijn dood werd hij heilig verklaard. Athanasius van Alexandrië schreef de bekendste biografieover Antonius.

Het gebeente van Antonius zou rond 1070 uit Constantinopel naar Saint-Antoine-l’Abbaye in het kanton Saint-Marcellin (vroeger La-Motte-aux-bois in het Departement Isère, Arrondissement Grenoble) gebracht zijn en daarna verloren zijn gegaan, op enkele kleine deeltjes (“partikels”) na.

Verhaald wordt dat zijn gebeente in 1491 werd overgebracht naar de Sint-Juliuskerk in Arles (Frankrijk), alwaar het volgens sommigen nog steeds zou liggen. Volgens anderen is het gebeente in Arles een (uit kerkpolitieke overwegingen vervaardigde) valse relikwie.

Ook zou nog een armreliek in Keulen bewaard zijn. Overigens is van deze reliek de authenticiteit evenmin zeker. Men bedenke hierbij dat Antonius een heilige uit de laat-antieke tijd was en in feite genieten de meeste relieken uit die tijd niet meer dan het voordeel van de twijfel.

In Warfhuizen wordt in de kluiskerk een Antoniusreliek bewaard, waarschijnlijk is dit van het gebeente uit Saint-Antoine.

Wikipedia